SS Andrea Doria was een bekende Italiaanse oceaanstomer en passagiersschip van de Italiaanse Lijn. Na de Tweede Wereldoorlog gold zij als een symbool van Italiaanse wederopbouw: modern, elegant en comfortabel voor de trans-Atlantische lijndienst naar New York. Het schip bood plaats aan 1.221 passagiers en 563 bemanningsleden en had een bruto tonnage van ongeveer 29.100. De lengte bedroeg circa 212 meter en de dienstsnelheid lag rond de 23 knopen.
Bouw en dienst
De Andrea Doria werd gebouwd door de Ansaldo-scheepswerven in Genua, Italië. Ze werd te water gelaten op 16 juni 1951 en maakte haar eerste overtocht op 14 januari 1953. Het schip voer voornamelijk op de Noord-Atlantische route tussen Italië en de Verenigde Staten en was populair bij toeristen en emigranten. Het interieur was luxe ingericht met aandacht voor Italiaanse stijl en gastronomie, en het schip droeg bij aan de reputatie van de Italiaanse Lijn in de jaren vijftig.
De botsing met de Stockholm (1956)
In de nacht van 25 juli 1956 botste de Andrea Doria in dichte mist in de Atlantische Oceaan tegen de Zweedse passagiers- en vrachtschepen MS Stockholm. De aanvaring vond plaats in de buurt van Nantucket voor de kust van de Verenigde Staten. Door de klap kreeg de Andrea Doria ernstige schade aan de stuurboordzijde en begon ze snel te hellen. Rond 11 uur later maakte het zwaar beschadigde schip water en zonk het gedeeltelijk; de Stockholm bleef drijven, hoewel het aanzienlijke schade aan de boeg opliep.
Redding en slachtoffers
Op het moment van de botsing waren er 1.134 passagiers en 572 bemanningsleden aan boord van de Andrea Doria, in totaal 1.706 mensen. Dankzij een grootschalige reddingsoperatie door omliggende schepen, waaronder meerdere passagiersschepen die reageerden op het noodsein, werden de meeste opvarenden veilig van boord gehaald. De reddingsoperatie wordt vaak geprezen om de organisatie en het snelle ingrijpen, maar niet iedereen overleefde: uiteindelijk vielen er naar algemeen erkende opgaven tientallen dodelijke slachtoffers (ongeveer 46), vooral door de onmiddellijke gevolgen van de botsing en de chaos bij het verlaten van het schip.
Oorzaken en nasleep
Onderzoek naar de aanvaring wees op een combinatie van factoren: extreem beperkte zichtbaarheid door mist, interpretatieproblemen van radarinformatie en fouten in navigatie- en koersbeslissingen door beide bemanningen. De zaak leidde tot discussie over radarpraktijken, communicatie en regels voor scheepvaart in beperkte zichtbaarheid (COLREGs). De ramp had ook invloed op veiligheidsprocedures aan boord van passagiersschepen en op het belang van betere training en apparatuur voor navigatie onder slechte zichtomstandigheden.
Wrak, duiken en erfgoed
Het wrak van de Andrea Doria ligt op de bodem van de Noord-Atlantische Oceaan op grote diepte (ongeveer 70–75 meter) en is door zijn ligging en het verval van het metaal een beruchte maar populaire duikplaats geworden. In de decennia na de ramp werden delen van het schip geplunderd of geborgen; het wrak is ook aanleiding geweest voor talrijke documentaires en publicaties. Het wrak is echter gevaarlijk om te betreden; meerdere duikers zijn omgekomen bij pogingen onder water dieper het binnenste van het wrak te verkennen.
De ramp met de Andrea Doria staat bekend als een van de grootste maritieme ongevallen van de twintigste eeuw en wordt vaak genoemd als de laatste grote oceaanstomer die zonk vóórdat het massale gebruik van het vliegtuig de trans-Atlantische passagiersvaart grotendeels verving. De gebeurtenis bleef een belangrijk onderwerp in discussies over scheepvaartveiligheid en -technologie.
