De strijd om het bestaan is een veelgebruikte metafoor uit de natuurlijke geschiedenis. Ze verwijst naar de concurrentie tussen levende wezens om te overleven en zich voort te planten. Charles Darwin gebruikte deze en de soortgelijk geformuleerde uitdrukking strijd om het leven meer dan veertig keer in de Origin of Species; de zinsnede is ook de titel van hoofdstuk 3 van dat werk. Darwin kreeg het sleutelidee via zijn lezing van de latere edities van Thomas Malthus' Essay on the Principle of Population, en Alfred Russel Wallace gebruikte de uitdrukking eveneens geregeld.

Achtergrond: Malthus en het probleem van overbevolking

Het kernidee gaat echter verder terug: veel natuurhistorici hadden al opgemerkt dat individuen met elkaar concurreren. Thomas Malthus was belangrijk omdat hij de concurrentie expliciet koppelde aan menselijke bevolkingsdynamiek. Malthus stelde dat mensen de neiging hebben om in geometrische voortgang toe te nemen (2, 4, 8, 16, ...) terwijl de middelen zoals voedsel slechts in aritmische stappen groeien; dit leidt volgens hem onvermijdelijk tot schaarste, hongersnood, ziekte en oorlog. Darwin las Malthus (hij kreeg bekendheid met zijn ideeën via de 6e editie van Malthus' essay) en realiseerde zich dat hetzelfde principe — potentiële veel snellere vermeerdering van organismen dan de beschikbare hulpbronnen — ook op andere soorten van toepassing was.

Darwin, de strijd en natuurlijke selectie

Darwin hoorde voor het eerst over Malthus in brieven van zijn zus Fanny terwijl hij op reis was op de HMSBeagle. Fanny schreef dat Malthus' ideeën werden besproken door Harriet Martineau, een vroege feministische publiciste. p153 Terug in Londen ontmoette Darwin Martineau bij een etentje en bekeek hij Malthus’ redenering nader. Malthus’ observatie — dat populaties de neiging hebben snel te groeien terwijl middelen beperkt blijven — gaf Darwin de sleutelvraag: waarom nemen organismen in de praktijk niet geometrisch toe?

Darwin realiseerde zich dat veel factoren de potentiële groei beperken: concurrentie tussen individuen (voor voedsel, ruimte, partners), klimaat, ziekten en vatbaarheid voor vijanden. Vooral de concurrentie tussen individuen van dezelfde soort is vaak het meest scherp, omdat zij precies dezelfde hulpbronnen nodig hebben. In die context krijgen kleine, erfelijke verschillen tussen individuen grote gevolgen: sommige individuen zullen net iets beter aangepast zijn aan de lokale omstandigheden en daardoor meer nakomelingen produceren. Darwin combineerde drie hoofdgedachten:

  • er is variatie tussen individuen binnen een soort;
  • een deel van die variatie is erfelijk;
  • door de strijd om het bestaan overleven en reproduceren de best aangepaste individuen relatief vaker — dit is natuurlijke selectie.

Deze combinatie leidde tot zijn verklaring voor evolutie door natuurlijke selectie. Wallace kwam onafhankelijk tot een gelijksoortige conclusie; samen brachten zij in 1858 een gemeenschappelijke mededeling over hun ideeën uit (de presentatie aan de Linnean Society), waarna Darwin in 1859 zijn werk On the Origin of Species publiceerde.

Voorbeelden en moderne nuance

In Darwins tijd illustreerde hij de theorie met voorbeelden zoals de variatie in snavels van Galápagosvinken. Moderne voorbeelden zijn onder meer de snelle toename van antibioticaresistentie bij bacteriën (waarbij resistente varianten door selectie toenemen) en bestudeerde veranderingen in populaties door veranderde omgevingen.

Tegelijkertijd is het belangrijk om de term "strijd" niet te letterlijk of uitsluitend agressief te lezen. Darwin zelf schrijft dat hij de term in een rijke, metaforische zin gebruikt: niet alleen directe vijandigheid, maar ook afhankelijkheid tussen soorten en concurrentie om kansen om nakomelingen achter te laten. Samenwerking, symbiose en wederzijdse afhankelijkheid zijn ook belangrijke aspecten van de ecologie en evolutie.

Belangrijke correcties en context

Enkele precieze feiten uit de geschiedenis zijn van belang:

  • De gezamenlijke mededeling van Darwin en Wallace vond plaats in 1858; niet in 1958.
  • Darwin werkte vanaf ongeveer 1838 systematisch aan ideeën over selectie; hij verzamelde daarna veel bewijsmateriaal en schreef een omvangrijk onuitgegeven manuscript (zijn zogenaamde "big book"), dat pas veel later in bewerkte vorm toegankelijk werd gemaakt voor onderzoekers (delen werden postuum gepubliceerd).

Citaat van Darwin

"Ik moet ervan uitgaan dat ik de term Strijd om het Bestaan in grote en metaforische zin gebruik, met inbegrip van de afhankelijkheid van het ene wezen van het andere, en met inbegrip van (wat belangrijker is) niet alleen het leven van het individu, maar ook het succes in het verlaten van het nageslacht ... een plant aan de rand van een woestijn wordt gezegd om te vechten voor het leven tegen de droogte, hoewel meer correct moet worden gezegd dat het afhankelijk is van de vochtigheid". (p62 van de eerste editie)

"Een strijd om het bestaan volgt onvermijdelijk uit het hoge tempo waarin organische wezens de neiging hebben om toe te nemen". (p63)

Wallace en de gezamenlijke ontdekking

Terwijl hij herstelde van malaria in Oost-Indië, stuurde Wallace in 1858 een essay naar Darwin waarin de zinsnede voorkomt: "Het leven van wilde dieren is een strijd om het bestaan". Wallace kende Darwin's onuitgegeven materiaal niet, maar had Malthus onafhankelijk bestudeerd en kwam daardoor tot dezelfde kernideeën. De naleving van dit essay leidde tot de gezamenlijke bekendmaking van het principe van natuurlijke selectie in 1858 en stimuleerde Darwin om zijn boek On the Origin of Species in 1859 uit te geven.

Moderne interpretatie

In de hedendaagse biologie blijft natuurlijke selectie een centraal mechanisme van evolutionaire verandering, maar wetenschappers erkennen dat ook andere processen (zoals genetische drift, mutatie en genenstroom) een rol spelen. Bovendien benadrukken moderne ecologen dat de "strijd" vaak een complex web van interacties omvat: concurrentie en predatie, maar ook mutualisme en co-evolutie. De uitdrukking blijft daarom nuttig als klemwoord, maar moet met zorg worden begrepen binnen een bredere ecologische en evolutionaire context.

Samengevat: Malthus leverde de aanleiding door aandacht te vestigen op de spanning tussen bevolkingsgroei en beperkte hulpbronnen; Darwin vertaalde die spanning naar de natuurlijke wereld en combineerde ze met variatie en erfelijkheid om natuurlijke selectie te verklaren; Wallace kwam onafhankelijk tot dezelfde conclusie, waarna de moderne theorie van evolutie door natuurlijke selectie vorm kreeg.