In 1965 vond E.A. Johnson van de Royal Radar Establishment in Engeland het eerste aanraakscherm uit, dat tot ongeveer 1995 in het Verenigd Koninkrijk voor de luchtverkeersleiding werd gebruikt. Het eerste resistieve aanraakscherm werd in 1975 uitgevonden door G. Samuel Hurst, en in 1982 geproduceerd. In 1970 ontdekten Hurst en negen vrienden dat een aanraakscherm op een computermonitor een uitstekende methode van interactie bood. Door druk op de afdekplaat kon er spanning vloeien tussen de X-draden en de Y-draden, die gemeten kon worden om coördinaten aan te geven. Deze ontdekking lag mede aan de basis van wat we vandaag resistieve aanraaktechnologie noemen (omdat die puur op druk reageert en niet op elektrische geleiding, en zowel met een stylus als met een vinger werkt).
Veel later, in 2005, ontwierpen drie vrienden uit Frankrijk een multi-touch scherm dat een willekeurig aantal vingers kon volgen. In 2005 bracht hun bedrijf, JazzMutant genaamd, de Lemur uit, een muziekcontroller met een multi-touch scherminterface. Deze nieuwe technologie was mede bepalend voor de TactaPad, die ook in 2005 op de markt kwam. Twee jaar later, in januari 2007, kwam de iPhone uit, die volledig werd bestuurd door een multi-touch scherm. De iPhone en de iPad, die in september 2010 uitkwam, waren zeer succesvol en zouden er uiteindelijk toe leiden dat meer bedrijven touchscreens aan hun producten gingen toevoegen. Het ging onder meer om Samsung, Sony, Motorola en vele bedrijven die het aanraakvriendelijke Android-besturingssysteem hebben overgenomen.
Als reactie op de populariteit van aanraakschermen zou Microsoft, maker van de Windows-familie van besturingssystemen voor pc's, in 2011 in Windows 8 een nieuwe interface introduceren met grote tegels die bedoeld zijn om gemakkelijk te kunnen worden gebruikt met aanraaktechnologie zoals die op tablets. De interface zou het volgende jaar uitkomen, samen met de Microsoft Surface-tablet.