Mary Anning (21 mei 1799 - 9 maart 1847) was een Britse fossielenverzamelaar, -handelaar en paleontoloog uit het begin van de 19de eeuw. Ze verdiende haar brood met het vinden en prepareren van fossielen, in de rijke Jurassische zeebodem in Lyme Regis, Dorset waar ze woonde. Ze deed veel belangrijke vondsten. Deze omvatten het eerste ichthyosaurus skelet dat correct werd geïdentificeerd (Temnodontosaurus platyodon); de eerste twee plesiosaurus skeletten die ooit werden gevonden (Plesiosaurus dolichodeirus); het eerste pterosaurus skelet dat buiten Duitsland werd gevonden (Dimorphodon macronyx); en enkele belangrijke visfossielen.
Haar waarnemingen speelden een belangrijke rol in de ontdekkingen dat belemniet fossielen gefossiliseerde inktzakken bevatten, en dat coprolieten, destijds bekend als bezoar-stenen, gefossiliseerde uitwerpselen waren. Toen de geoloog Henry De la Beche Duria Antiquior schilderde, baseerde hij zich grotendeels op de fossielen die Anning had gevonden. Hij verkocht prenten ten behoeve van haar. Haar werk speelde een belangrijke rol in de groei van de wetenschappelijke biologie in het begin van de 19de eeuw. Het toonde zonder twijfel aan dat er in de Jurassische zeeën onbekende levensvormen bestonden, die allemaal al lang uitgestorven waren.
Anning's geslacht en sociale klasse - haar ouders waren arme religieuze dissidenten (niet-Anglicaanse protestanten) - weerhielden haar ervan om volledig deel te nemen aan de wetenschappelijke gemeenschap van het begin van de 19e eeuwse Engeland, die gedomineerd werd door rijke Anglicaanse heren. Sommige van de mannen met wie ze werkte en voor wie ze werkte, gaven haar alle eer voor haar bijdragen, maar andere niet.
Hoewel ze in geologische kringen in Groot-Brittannië, Europa en Amerika bekend werd en ze veel geld verdiende met haar beste vondsten, heeft ze een groot deel van haar leven financieel geworsteld. In 1818 kwam Anning onder de aandacht van Thomas Birch, een rijke fossielenverzamelaar, toen ze hem een ichthyosaurus skelet verkocht. Een jaar later werd hij verstoord door de armoede van de familie Anning, die op het punt stond hun meubels te moeten verkopen om de eindjes aan elkaar te knopen. Birch regelde de veiling van zijn eigen fossielencollectie en de opbrengst (zo'n £400) werd aan de Annings gegeven. De openbare veiling zorgde niet alleen voor de broodnodige financiële middelen, maar ook voor een betere profilering van de familie Anning in de geologische wereld. Later verloor ze in 1835 £300 (een enorm bedrag) aan onverstandige investeringen, maar ze werd gespaard door een overheidspensioen van £25 per jaar. Dit werd georganiseerd door een andere van haar vrienden, William Buckland. Haar vroege dood werd veroorzaakt door borstkanker.

