De plesiosauriërs waren een orde van grote, vleesetende zeereptielen. Zij floreerden van 245 miljoen jaar geleden (mya) tot 65 mya.
In 1719 beschreef William Stukeley het eerste gedeeltelijke skelet van een plesiosaurus. De overgrootvader van Charles Darwin, Robert Darwin van Elston vertelde hem erover. Mary Anning was de eerste die een vrij complete plesiosaurus ontdekte. Zij vond hem aan de 'Jurassic Coast' van Dorset, Engeland in de winter van 1820/21. Het fossiel miste zijn schedel, maar in 1823 vond zij er nog een, ditmaal compleet met schedel. De naam Plesiosaurus werd eraan gegeven door ds. William Conybeare.
De vroegste plesiosaurusresten stammen uit het Midden-Trias,p128 en de groep was belangrijk gedurende het Jura en het Krijt. Ze hadden twee grote paar peddels, korte staarten, korte of lange nekken, en brede lichamen. Ze stierven uit tijdens de K/T uitsterving, 65 miljoen jaar geleden.
Algemene kenmerken
Plesiosauriërs hadden een uniek lichaamstype dat hen duidelijk onderscheidt van vissen en van de meeste andere reptielen: een brede romp met vier sterke, vinachtige ledematen (vaak aangeduid als peddels), een relatief korte staart en een variërende halslengte. Sommige groepen ontwikkelden extreem lange nekken met veel halswervels, terwijl andere soorten juist korte, krachtige nekken en grote schedels hadden.
- Vorm en grootte: Lengtes varieerden sterk: van enkele meters tot exemplaren die meer dan 10 meter lang waren. De bouw varieerde van de sierlijke, lange-halsige vormen tot robuuste, kort-halsige roofdieren.
- Peddels: De vier peddels waren plat en krachtig; hiermee bewogen plesiosauriërs zich voort door water met een roterende of vleugelachtige slagbeweging, vergelijkbaar met moderne zeezoogdieren als pinguïns en zeeschildpadden.
- Tanden en dieet: Veel plesiosauriërs hadden scherpe, puntige tanden geschikt voor het grijpen van vis en weekdieren; sommige grote pliosauriden hadden brede kaken en zware tanden om grote prooien te vangen.
Indeling en variatie
De orde Plesiosauria wordt meestal in twee hoofdgroepen verdeeld:
- Plesiosauroidea – vaak langhalsige vormen met relatief kleine koppen (bijvoorbeeld Elasmosaurus-achtige soorten).
- Pliosauroidea – korthalsige, zwaargebouwde roofdieren met grote schedels en krachtige kaken (bijvoorbeeld pliosauriden zoals sommige bekende roofdieren uit het Jura en Krijt).
Leefwijze en ecologie
Plesiosauriërs waren volledig mariene dieren en kwamen voor in veel verschillende zeemilieus: kustwateren, ondiepe zeeën en open oceaan. Hun voedsel bestond voornamelijk uit vis, inktvissen (cephalopoden) en andere zeedieren; sommige grotere soorten jaagden mogelijk ook op andere mariene reptielen. Fossielen tonen soms gastrolithen (slijpstenen) in de buikstreek, die mogelijk hielpen bij het verteren van voedsel of bij ballast en duikcontrole.
Voortplanting
Tegenwoordig is er overtuigend bewijs dat plesiosauriërs levendbarend waren: bij enkele fossielen zijn embryo’s en foetale skeletten aangetroffen. Dit wijst erop dat ze niet terug hoefden te keren naar land om eieren te leggen, zoals zeeschildpadden dat doen, maar dat ze jongen ter wereld brachten in het water.
Fossielen en verspreiding
Fossielen van plesiosauriërs zijn wereldwijd gevonden, in mariene afzettingen uit het Midden-Trias tot het einde van het Krijt. Bekende vindplaatsen zijn onder andere de Jurassic Coast in Engeland (waar Mary Anning beroemd is geworden), maar ook locaties in Noord-Amerika, Europa, Australië, en Azië. De vaak complete skeletten en relatief goede bewaring geven veel informatie over hun anatomie en levenswijze.
Ontdekking en historisch belang
De vondsten van Mary Anning en de vroege beschrijvingen door onderzoekers als William Stukeley en ds. William Conybeare speelden een belangrijke rol in de vroege paleontologie. Plesiosauriërs waren enkele van de eerste fossiele mariene reptielen die wetenschappelijk werden bestudeerd en gaven belangrijke inzichten in de diversiteit van het prehistorische leven in zeeën.
Uitsterven
Plesiosauriërs verdwenen aan het einde van het Krijt tijdens de massale uitsterving rond het K-Pg (vroeger K/T) niveau, ongeveer 66 miljoen jaar geleden. Samen met veel andere mariene en terrestrische groepen maakten zij plaats voor nieuwe mariene fauna in het Paleogeen.
In cultuur en wetenschap
Door hun karakteristieke lange nekken zijn plesiosauriërs vaak onderwerp van popularisering en mythes geweest, zoals suggesties dat ze aan de oorsprong van het mythische 'Loch Ness-monster' zouden liggen. Wetenschappelijk blijven ze een belangrijk onderwerp omdat hun speciale bouw en levenswijze veel zeggen over hoe mariene reptielen zich konden aanpassen aan een volledig aquatisch bestaan.
Samenvatting: Plesiosauriërs waren diverse, volledig mariene reptielen die langere tijd succesvol waren in de oceanen van het Mesozoïcum. Met hun vier peddels, uiteenlopende halslengtes en gespecialiseerde kaken vormden ze een belangrijke groep roofdieren in prehistorische zeeën, tot hun uitdoving aan het einde van het Krijt.


