Camellia is een geslacht van bloeiende planten in de familie Theaceae, inheems in Oost- en Zuid-Azië — van de Himalaya in het westen tot Japan en Indonesië. Wetenschappers verschillen van mening over het exacte aantal soorten; schattingen lopen meestal uiteen van ongeveer 100 tot 250 soorten. Linnaeus noemde het geslacht ter ere van pater Georg Joseph Kamel, een jezuïtische botanicus. Kamel bracht C. japonica van Manilla naar Spanje.

Kenmerken

Het zijn overwegend groenblijvende struiken en kleine bomen, doorgaans 2–20 m hoog afhankelijk van de soort en groeicondities. De bladeren zijn afwisselend gerangschikt, enkelvoudig, vaak leerachtig en glanzend, met een getande rand; lengte varieert meestal van 3 tot 17 cm. De bloemen zijn opvallend en variëren in grootte van ongeveer 1 tot 12 cm in diameter. In natuurlijke omstandigheden hebben veel soorten 5–9 stuifbladen (bloembladeren), maar bij gecultiveerde rassen komen ook dubbelbloemige vormen voor. Kleuren variëren van wit via diverse tinten roze tot dieprood; bij enkele soorten komt ook (geelachtig) voor. De vrucht is een droge capsule, verdeeld in 1–5 compartimenten, elk met 1–8 zaden.

Verspreiding en habitat

Camellia's groeien van laaglanden tot bergbossen. Het geslacht is over het algemeen aangepast aan zure, humusrijke bodems en doet het slecht op krijt of andere kalkrijke bodems. Veel soorten komen voor in vochtige, gematigde tot subtropische klimaten en hebben vaak een hoge neerslagbehoefte; ze verdragen geen langdurige droogte. Rond de wortels zijn organische lagen en goede drainage belangrijk.

Soorten en gebruik

Enkele van de bekendste en meest gekweekte soorten en groepen zijn onder meer C. japonica (tuincamellia), C. sasanqua, C. reticulata en C. sinensis. C. sinensis is vooral bekend omdat de bladeren worden gebruikt voor de productie van thee. Binnen het geslacht zijn talloze cultivars en hybriden ontwikkeld voor sierwaarde: enkel- en dubbelbloemige vormen, verschillende bloemkleuren, bloemgrootten en bloemperioden (sommige bloeien in de herfst of winter, andere in het voorjaar).

Ecologie

Camellia-soorten zijn vaak onderdeel van bosrand- en ondergroei-gemeenschappen. De bloemen trekken bestuivers zoals bijen en andere insecten aan. Daarnaast worden Camellia-planten door de larven van verschillende vlinders en motten als voedselplant gebruikt. Vogels en kleine zoogdieren kunnen de zaden verspreiden of ervan eten.

Verzorging en teelt

  • Standplaats: halfschaduw tot lichte schaduw is voor veel tuincultivars ideaal; felle middagzon kan bloemverbranding veroorzaken, vooral op warme locaties.
  • Bodem: zuur (pH doorgaans 5,0–6,5), vochtig maar goed gedraineerd en rijk aan organische stof. Mulchen met compost of bladafval houdt vocht vast en beschermt oppervlakkige wortels.
  • Water: regelmatig en gelijkmatig water geven; vooral jonge planten en bloeiende struiken gevoelig voor droogtestress. Vermijd langdurige natte voeten om wortelrot te voorkomen.
  • Voeding: geef in het groeiseizoen een meststof voor zuurminnende planten of een langzaam vrijkomende, gebalanceerde voeding; vermijd overbemesting in de late zomer en herfst.
  • Snoei: snoei licht na de bloei om vorm en luchtcirculatie te behouden; grovere verjongingssnoei alleen indien noodzakelijk en liefst in het voorjaar.
  • Bescherming tegen vorst: veel camellia's verduren lichte vorst, maar bloemknoppen en zachte groei kunnen schade oplopen bij strenge koude. Bescherm jonge planten met vorstdoek in koude winters.
  • Kweken in pot: gebruik een zure potgrond en zorg voor voldoende water- en luchtdoorlatendheid; potten drogen sneller uit en hebben vaker water nodig.

Voortplanting

Camellia's worden vermeerderd uit zaad, via stekken, afleggen en door enten (voor behoud van specifieke cultivars). Zaaien geeft vaak variatie en wordt gebruikt bij met name C. sinensis en bij veredeling; stekken (half-hard of houtig) en groene aflegging produceren sneller bloeiende exemplaren en behouden de eigenschappen van de moederplant. Enten op geschikte onderstammen wordt veel toegepast voor commercieel behoud van kenmerken en om ziekteresistente wortelstokken te gebruiken.

Ziekten en plagen

Veelvoorkomende problemen zijn:

  • Schimmelaandoeningen zoals wortelrot (bijv. Phytophthora) bij slechte drainage en camellia petal blight (schimmelziekte die bloembladen aantast).
  • Bladziekten zoals bladgall veroorzaakt door Exobasidium.
  • Schaal- en luisplagen (witte vlieg, bladluizen, wolluis), die bladvervorming en verminderde groei kunnen veroorzaken.
  • Viraal aandoeningen en fysiologische stoornissen kunnen verkleuring of verminderde bloei geven.

Preventie bestaat uit het kiezen van gezonde planten, goede drainage, voldoende luchtcirculatie, het verwijderen van aangetaste delen en, indien nodig, gerichte behandeling met geschikte middelen of biologische bestrijding. Lokale tuinadviesdiensten kunnen specifieke bestrijdingsopties aanbevelen.

Cultuurhistorie en sierwaarde

Camellia’s hebben een lange cultuurgeschiedenis in Oost-Azië, waar ze esthetische, symbolische en praktische betekenis hebben (met name de teecultuur rond C. sinensis). In Europa werden camellia's bijzonder populair in tuinen en serres vanaf de 18e eeuw en sindsdien zijn er duizenden cultivars geselecteerd. Ze blijven geliefd vanwege hun rijke, vaak spectaculaire bloemen en het brede scala aan bloemvormen en -kleuren.

Samenvattend zijn Camellia-soorten waardevolle sierplanten die, mits geplaatst op de juiste grond en locatie en met de juiste verzorging, jarenlang rijk kunnen bloeien en zowel ecologische als culturele betekenis hebben.