In de plantkunde is een vrucht een plantaardige structuur die de zaden van de plant bevat. Voor een botanicus wordt het woord vrucht alleen gebruikt als het afkomstig is van het deel van de bloem dat een eierstok was. Het is een extra laag rond de zaden, die al dan niet vlezig kan zijn. Maar zelfs op botanisch gebied bestaat er geen algemene overeenstemming over hoe vruchten moeten worden ingedeeld. Veel vruchten hebben extra lagen die afkomstig zijn van andere delen van de bloem.
In het algemene spraakgebruik, en vooral in de keuken, zijn vruchten een zoet product, en veel botanische vruchten worden groenten genoemd. Dit is hoe gewone mensen de woorden gebruiken. Op deze pagina beschrijven we wat botanici een vrucht noemen.
Het vlezige deel van een vrucht wordt het mesocarp genoemd. Het zit tussen de schil van de vrucht (exocarp) en de pitten. Het witte deel van een appel is bijvoorbeeld het "vlezige" deel van de appel. Als we een vrucht eten, eten we meestal het "vlezige" deel.







