Van een tegenspraak is sprake wanneer er twee of meer beweringen zijn die niet alle tegelijk waar kunnen zijn.

Een verhaal dat laat zien wat een tegenstelling is, komt uit China. In dit verhaal is er een koopman die zowel speren als schilden verkoopt. Hij zegt dat zijn speren zo scherp zijn dat ze door elk schild kunnen breken. Tegelijkertijd zegt hij dat zijn schilden zo sterk zijn dat ze elke speer kunnen blokkeren. Dit is een tegenstrijdigheid omdat deze twee beweringen niet allebei waar kunnen zijn. Of de speer zal het schild breken of het schild zal de speer blokkeren, maar niet beide. Daarom is het woord voor tegenspraak in het Chinees máodùn (矛盾), wat letterlijk "speer en schild" betekent.

In de logica van Aristoteles wordt gezegd dat twee tegenstrijdige stellingen niet allebei waar kunnen zijn. Bijvoorbeeld, de stellingen "A is B" en "A is niet B" sluiten elkaar uit. Zo kunnen bijvoorbeeld de beweringen "de paus is katholiek" en "de paus is niet katholiek" niet beide waar zijn. Slechts één van de stellingen, en niet de andere, is waar.