Insuline is een hormoon dat door de alvleesklier in het lichaam wordt aangemaakt en dat het glucosegehalte in het bloed controleert.
Mensen die geen insuline in hun lichaam kunnen maken, of die het wel maken maar hun lichaam kan het niet goed gebruiken, hebben de ziekte diabetes. Wanneer het bloedglucosegehalte onder een bepaald niveau daalt, begint het menselijk lichaam opgeslagen suiker te gebruiken als energiebron door middel van glycogenolyse. Dit proces breekt het in de lever en spieren opgeslagen glycogeen af in glucose, die vervolgens als energiebron kan worden gebruikt. Insuline is een centraal metabolisch controlemechanisme. Insuline wordt ook gebruikt als stuursignaal naar andere lichaamssystemen (zoals de opname van aminozuren door lichaamscellen). Daarnaast heeft het verschillende andere anabole effecten in het hele lichaam. Insuline beïnvloedt de vasculaire therapie en de cognitie.
Menselijke insuline is een peptidehormoon dat bestaat uit 51 aminozuren en heeft een moleculair gewicht van 5808 Da. De eilandjes van Langerhans in de alvleesklier produceren insuline. De naam komt van het Latijnse insula voor "eiland". De structuur van insuline varieert enigszins tussen de verschillende diersoorten. Insuline van verschillende dierlijke bronnen heeft verschillende effecten op de menselijke koolhydraatstofwisseling. Varkensinsuline komt vooral dicht in de buurt van de menselijke versie. Dus, mensen met diabetes kunnen insuline uit varkens opnemen in plaats van hun eigen insuline te produceren.