Nucleosomen vormen de repeterende basiseenheden van eukaryotisch chromatine. Hierdoor worden de grote eukaryote genomen in de kern verpakt en kan deze worden bestuurd.
In cellen van zoogdieren moet ongeveer twee meter lineair DNA worden verpakt in een kern van ruwweg 10 µm diameter. Nucleosomen worden gevouwen, in een reeks structuren van hogere orde, om een chromosoom te vormen. Dit vouwen verdicht het DNA en voegt een laag van regulerende controle toe. Deze controle zorgt voor een correcte genexpressie.
Aangenomen wordt dat nucleosomen epigenetisch overgeërfde informatie dragen, als modificaties van hun kernhistonen. Deze informatie kan worden doorgegeven aan dochtercellen, maar wordt gewoonlijk bij de meiose in kiemcellen uitgewist.
De nucleosoomhypothese, voorgesteld door Don en Ada Olins en Roger Kornberg in 1974, was een grote stap voorwaarts in het begrijpen van eukaryote genexpressie. Kornberg won de Nobelprijs voor scheikunde (2006) voor deze en andere ontdekkingen.