De seconde (symbool: s) is de basiseenheid van tijd in het SI-stelsel en een fundamentele tijdseenheid. Er zitten 60 seconden in een minuut, 60 minuten in het uur, en 24 uur in de dag. Deze indeling met veelvouden van 60 gaat terug op de telcultuur van de Babyloniërs.

Definitie van de seconde

Sinds 1967 is de seconde gedefinieerd op basis van een atomaire overgang: de seconde is de duur van 9.192.631.770 perioden van de straling die overeenkomt met de overgang tussen twee hyperfijn-niveaus van de grondtoestand van het cesiumatoom (cesium-133). Deze definitie verving astronomische definities (bijvoorbeeld gebaseerd op de rotatie van de aarde) omdat de rotatie en de lengte van de dag op lange termijn variëren. Toen de dinosauriërs leefden, was een dag bijvoorbeeld korter; atomaire trillingen daarentegen zijn stabiel en reproduceerbaar.

Atomaire tijdsstandaard en kloktypes

De praktische realisatie van de atomaire seconde gebeurt met atomische klokken. Traditionele cesiumklokken (zoals cesiumfonteinklokken) maken direct gebruik van de hierboven genoemde cesium-overgang. Andere typen klokken die bijdragen aan de moderne tijdsstandaarden zijn waterstofmasers en, steeds belangrijker, optische klokken (bijv. op basis van strontium of ytterbium) die nog veel hogere frequenties en daardoor grotere nauwkeurigheid en stabiliteit bereiken.

Moderne cesiumfonteinklokken bereiken stabiele onzekerheden rond 10^−16, terwijl de nieuwste optische klokken onzekerheden op het niveau van 10^−18 of beter laten zien. Door deze vooruitgang wordt onderzocht of de seconde in de toekomst op een andere atomaire overgang (optisch) kan worden gebaseerd.

Tijdschalen en schrikkelseconden

Atomaire klokken vormen de basis van internationale tijdschalen zoals TAI (International Atomic Time) en UTC (Coordinated Universal Time). UTC wordt aangepast met schrikkelseconden om de atomaire tijd in overeenstemming te houden met de onregelmatige rotatie van de aarde (UT1). Sinds 1972 worden schrikkelseconden sporadisch ingevoegd of — minder vaak — verwijderd, zodat UTC binnen 0,9 seconde van UT1 blijft.

Eenheden, voorvoegsels en gebruik

Metrische voorvoegsels worden vaak gecombineerd met het woord seconde voor veel kleinere of grotere tijdsintervallen. Voorbeelden:

  • milliseconde (1 ms = 10^−3 s) — duizendste van een seconde
  • microseconde (1 µs = 10^−6 s)
  • nanoseconde (1 ns = 10^−9 s) — miljardste van een seconde
  • picoseconde (1 ps = 10^−12 s), femtoseconde (1 fs = 10^−15 s), enz.

Hoewel SI-voorvoegsels ook technisch gebruikt kunnen worden voor veelvouden van seconden (bijvoorbeeld "kiloseconde" = 1000 s), komen zulke eenheden in de praktijk weinig voor. Gebruikelijker zijn niet-SI eenheden van tijd die historisch gegroeid zijn, zoals de minuut, het uur en de dag, die veelvouden van 60 en 24 gebruiken in plaats van machten van tien.

Voor sommige toepassingsgebieden (zoals informatica) is het gebruikelijk om met hele seconden te rekenen — bijvoorbeeld Unix-tijd telt het aantal seconden sinds 1 januari 1970 (UTC) exclusief schrikkelseconden.

Praktische voorbeelden en relevantie

Een seconde is een nuttige maatstaf voor veel alledaagse gebeurtenissen. Ter illustratie:

  • Een normale hartslag van een gezonde volwassene in rust is ongeveer één hartslag per seconde (≈60 slagen/minuut).
  • Het licht legt in één seconde een afstand af van precies 299.792.458 meter in vacuüm — daarom is de meter gedefinieerd via de lichtsnelheid en de seconde.
  • In wetenschap en technologie (telecommunicatie, navigatie, experimentele fysica) is nauwkeurige tijdmeting op het niveau van micro-, nano- of zelfs picoseconden essentieel.

Samengevat: de seconde is de SI-basiseenheid van tijd, nauwkeurig gedefinieerd via een atomaire overgang van het cesiumatoom, praktisch gerealiseerd door atoomklokken en essentieel voor moderne tijdsmeting, navigatie en wetenschap.