Act One
Het eerste deel van de opera speelt zich af in een bos waar de reus Fafner woont. Hij heeft de magische tarnhelm gebruikt om zichzelf in een draak te veranderen, zodat hij de schat van het goud en de ring kan bewaken (we zagen hoe hij de schat kreeg in de eerste opera, Das Rheingold). Siegfried, die aan het eind van de tweede opera, Die Walküre, nog niet geboren was, is nu een jonge knaap. Hij is opgevoed door de dwerg Mime, de broer van Alberich. Mime is net zo gruwelijk als zijn broer.
Mime hamert op het aambeeld om het zwaard te repareren dat in de tweede akte van Die Walküre door Wotan in stukken is geslagen. Hij wil van de brokstukken een sterk zwaard maken, maar telkens als hij denkt dat het hem gelukt is pakt Siegfried het zwaard op en breekt het met zijn kracht. De reden dat Mime het zwaard wil maken is dat hij het aan Siegfried kan geven (die duidelijk de held is die het zwaard uiteindelijk moet hebben) en hem kan zeggen dat hij tegen de draak moet vechten. Dan kan Mime de ring van hem krijgen zodat hij de macht over de hele wereld krijgt. Als Siegfried binnenkomt brengt hij een beer mee uit het bos. De beer achtervolgt Mime en Siegfried lacht. Dan laat hij de beer vrij.
Mime zegt tegen Siegfried dat hij hem dankbaar moet zijn dat hij als kind voor hem heeft gezorgd en hem heeft opgevoed. Hij heeft Siegfried nooit verteld wie zijn ouders waren (het waren Siegmund en Sieglinde, beiden nu dood). Siegfried begrijpt niets van hoe baby's worden geboren. Hij heeft nog nooit een vrouw gezien. Hij kent alleen Mime, die zich voordoet als zijn vader. Siegfried heeft gemerkt dat jonge vogels op hun ouders lijken en hij vraagt Mime waarom hij niet op hem lijkt. Uiteindelijk wordt Mime gedwongen Siegfried te vertellen over zijn ouders en over het zwaard dat door Wotan is verbrijzeld. Siegfried zegt tegen Mime dat hij het zwaard moet smeden (maken) zodat hij de draak kan doden. Siegfried gaat weg.
Wotan, de oppergod, verschijnt. Hij is vermomd als zwerver. Mime zegt dat hij hem drie vragen wil stellen, en als hij ze niet kan beantwoorden mag hij zijn hoofd afhakken. Wotan stemt toe. Eerst vraagt Mime hem de naam van het mensenras dat onder de aarde leeft. Wotan zegt dat het de Nibelungs zijn. Dan vraagt Mime wie de mensen zijn die op het aardoppervlak leven. Wotan zegt dat zij de reuzen zijn. Dan vraagt hij wie er in de lucht wonen. Wotan zegt dat het de goden zijn. Hij heeft alle drie de vragen goed beantwoord. Nu zegt hij dat het zijn beurt is om Mime drie vragen te stellen die hij moet beantwoorden als hij zijn hoofd wil behouden. Mime is doodsbang, maar moet wel instemmen.
Eerst vraagt Wotan hem wie de mensen zijn van wie Wotan veel houdt, hoewel hij hard tegen ze moet zijn. Mime antwoordt: het ras Wälsung. Dan vraagt Wotan hem de naam van het zwaard dat Wotan voor Siegfried heeft achtergelaten. Mime antwoordt: Nothung. Tenslotte vraagt Wotan hem wie de stukken van het zwaard in elkaar kan zetten. Mime is nu doodsbang omdat hij het antwoord niet weet. Wotan vertelt hem het antwoord: het is degene die geen angst kent. Hij zegt tegen Mime dat hij voorlopig zijn kop kan houden. Hij zal het aan de onverschrokken persoon overlaten om het er later af te hakken.
Als Mime en Siegfried weer samen zijn, probeert Mime Siegfried bang te maken, zodat hij weet wat angst is. Hij vertelt hem alles over de enorme draak in de grot. "Word je daar niet bang van?" vraagt hij hem. "Helemaal niet" antwoordt Siegfried, die de gedachte aan een gevecht met een draak wel ziet zitten. Siegfried werkt aan het aambeeld en begint het zwaard te maken. Mime bedenkt hoe hij Siegfried zal misleiden nadat de draak is gedood, zodat hij het zwaard kan bemachtigen en Siegfried kan doden. Eindelijk slaagt Siegfried erin het machtige zwaard te maken. Hij roept zijn naam: "Nothung"! Dan slaat hij het zwaard neer op het aambeeld dat in twee stukken splijt.