Fermionen zijn deeltjes die samen alle "materie" vormen die we zien. Voorbeelden van groepen fermionen zijn het proton en het neutron. Fermionen hebben eigenschappen, zoals lading en massa, die in het dagelijks leven kunnen worden waargenomen. Zij hebben ook andere eigenschappen, zoals spin, zwakke lading, hyperlading, en kleurlading, waarvan de effecten gewoonlijk niet in het dagelijks leven te zien zijn. Deze eigenschappen krijgen getallen die kwantumgetallen worden genoemd.
Fermionen zijn deeltjes waarvan het spingetal gelijk is aan een oneven, positief getal maal de helft: 1/2, 3/2, 5/2, enz. We zeggen dat fermionen "half integer spin" hebben.
Een belangrijk feit over fermionen is dat zij een regel volgen die het Pauli uitsluitingsbeginsel wordt genoemd. Deze regel zegt dat geen twee fermionen op hetzelfde moment op dezelfde "plaats" kunnen zijn, omdat geen twee fermionen in een atoom op hetzelfde moment dezelfde kwantumgetallen kunnen hebben. Fermionen gehoorzamen ook aan een theorie die Fermi-Dirac statistiek heet. Het woord "fermion" is een eerbetoon aan de natuurkundige Enrico Fermi.
Er zijn 12 verschillende soorten fermionen. Elk type wordt een "smaak" genoemd. Hun namen zijn:
- Quarks - op, neer, vreemd, charme, boven, onder
- Leptonen - elektron, muon, tau, elektron-neutrino, muon-neutrino, tau-neutrino. Het elektron is de bekendste lepton.
Quarks zijn gegroepeerd in drie paren. Elk paar wordt een "generatie" genoemd. De eerste quark van elk paar heeft lading 2/3, en de tweede quark heeft lading -1/3. De drie soorten neutrino's hebben een lading 0. Het elektron, muon, en tau hebben lading -1.
Materie is gemaakt van atomen, en atomen zijn gemaakt van elektronen, protonen en neutronen. Protonen en neutronen zijn gemaakt van op- en neergaande quarks. Je kunt een lepton op zichzelf vinden, maar je kunt nooit quarks op zichzelf vinden. Dat komt omdat quarks bij elkaar worden gehouden door de kleurkracht.