De Slag bij Fulford vond plaats op 20 september 1066 bij York. De strijd ging tussen invallers van de Vikingen en Engelse graven. Zij werd uitgevochten door, aan de ene kant, koning Harald Hardrada (Oud Noors, wat "harde heerser" betekent) samen met zijn Engelse bondgenoot Tostig Godwinson. Aan de andere kant stonden de twee Anglo-Saksische graven Edwin en Morcar. Tostig was de verbannen broer van de Engelse koning Harold Godwinson en had zich aan Harald verbonden nadat hij in 1065 als graaf van Northumbria was afgezet. De slag vond plaats aan de rand van het dorp Fulford, ten zuiden van York, in het gebied rond de rivier de Ouse.
Achtergrond
In de zomer en vroege herfst van 1066 kwamen meerdere aanspraken op de Engelse troon samen in een crisisjaar. Harald Hardrada van Noorwegen zette een invasie in om de Engelse kroon te verwerven; hij werd bijgestaan door Tostig, die hoopte zijn verloren positie in Northumbria te herstellen. De lokale Engelse leiders, de graven Edwin en Morcar, verzamelden snel een leger om de landingsmacht tegen te houden. De beslissing om de Vikingmacht buiten de stadsmuren van York te ontmoeten in plaats van af te wachten binnen de stad, leidde tot een veldslag bij Fulford.
Verloop van de slag
De bronnen over het precieze verloop verschillen, maar algemeen wordt aangenomen dat de Engelsen aanvankelijk frontale aanvallen uitvoerden op de bekende Vikingschildmuur. De Engelsen probeerden de formatie te doorbreken met een reeks aanvallen gedurende de dag, maar slaagden daar niet in. De Vikingen hielden de positie vast met discipline en gebruikten hun samenhangende schildmuur om de Engelse stoten af te slaan. Mogelijk speelden manoeuvres van de Noorse troepen – waaronder flankaanvallen of inzet van vers bloed uit landingen – een rol in het omslaan van het gevecht in het voordeel van Harald.
Uiteindelijk braken de concurrentiële druk en tactische nadelen de Engelse weerstand en vielen Edwin en Morcar terug; zij overleefden de slag, maar hun leger leed aanzienlijke verliezen. York gaf zich vervolgens over aan de Noren: de stad moest vijandige troepen toelaten en er werden schattingen genoemd van gijzelaars en betalingen om verdere plundering te voorkomen.
Gevolgen en betekenis
De overwinning van Harald bij Fulford was op korte termijn groot: York lag open voor de Noren en Northumbria stond even onder Noorse controle. Op langere termijn bleek de winst echter tijdelijk. Koning Harold Godwinson reageerde snel vanuit het zuiden en marcheerde in enkele dagen met een groot deel van zijn leger naar het noorden. Op 25 september 1066, vijf dagen na Fulford, verpletterde Harold Hardrada en Tostig in de Slag bij Stamford Bridge, waarbij zowel Hardrada als Tostig om het leven kwamen.
De Slag bij Fulford is historisch belangrijk omdat zij deel uitmaakt van het zeer krappe en intensieve militaire jaar 1066: verschillende invasies vonden plaats, en snelle marsen en beslissende veldslagen bepaalden uiteindelijk de machtsverhoudingen in Engeland. Hoewel Edwin en Morcar de slag overleefden en later Harold bij Stamford Bridge en daarna in de daaropvolgende campagne richting Hastings ondersteunden, konden zij William de Veroveraar niet verhinderen om in oktober 1066 te landen en Harold bij Hastings te verslaan.
Tactisch illustreert Fulford de effectiviteit van de Vikingschildmuur tegen impulsieve, frontale aanvallen en toont het gevaar van verspreide verdedigingslinies: door York niet als vesting te gebruiken en het gevecht op open terrein aan te gaan, namen de Engelse leiders grote risico's die hen uiteindelijk de overwinning kostten.