Dharma (of dhamma) komt voor in meerdere religies en spirituele overtuigingen die in India zijn ontstaan. Het begrip speelt een centrale rol in het hindoeïsme, het boeddhisme, Ayyavazhi, het jainisme en het sikhisme. Kort gezegd verwijst dharma naar de ordening of plichten die leiden tot morele en spirituele balans; het wordt soms uitgelegd als de wet van spirituele groei of als de juiste manier van leven.

Betekenis en oorsprong

Het woord komt uit het Sanskrit (dharma) en het Pali (dhamma). De wortel 'dhṛ' betekent zoiets als ‘houden’ of ‘in stand houden’, wat aangeeft dat dharma betrekking heeft op datgene wat de wereld, het individu en de samenleving in evenwicht houdt. Dharma kan meerdere lagen hebben: kosmisch (de orde van het universum), maatschappelijk (plichten binnen gezin en samenleving) en persoonlijk (ethiek en spirituele praktijk).

Dharma in het hindoeïsme

In het hindoeïsme heeft dharma zowel een persoonlijke als sociale dimensie. Enkele belangrijke aspecten:

  • Sanatana dharma — de eeuwige, universele moraal en orde die voorbij tijdelijke religieuze verschillen staat.
  • Sva-dharma — iemands eigen plicht, afhankelijk van kast (varna), levensfase (ashrama) en persoonlijke omstandigheden.
  • Karma en dharma — handelen in overeenstemming met dharma leidt naar positieve gevolgen en spirituele vooruitgang; handelen tegen dharma veroorzaakt adharma en lijden.
  • Praktische regels — voorbeelden zijn sociale en religieuze plichten, gedragsregels, rituelen en morele voorschriften zoals besproken in teksten als de Veda's, de Dharmashastra's en de Bhagavad Gita.

Een bekend thema in de Bhagavad Gita is dat men zijn persoonlijke plicht (sva-dharma) behoort te vervullen, ook al lijkt die plicht moeilijk, omdat dit uiteindelijk bijdraagt aan spirituele ontwikkeling en orde.

Dhamma/dharma in het boeddhisme

In het boeddhisme heeft het woord dhamma (Pali) een nauwere en soms andere betekenis dan in het hindoeïsme. Het omvat twee hoofdbetekenissen:

  • De leer van de Boeddha — de leerstellingen, zoals de Vier Edele Waarheden en het Achtvoudige Pad, worden samengevat als de Dhamma.
  • Fenomenen — in boeddhistische filosofie verwijst 'dhamma/dharma' ook naar verschijnselen of elementen van ervaring (dat wat bestaat).

Voor boeddhisten is dharma vooral praktisch: het is een leidraad voor het beëindigen van lijden (dukkha) door inzicht, moreel handelen en meditatie. Het doel is bevrijding (nibbana/nirvana) door het doorgronden van de ware aard van dingen en het volgen van de leer.

Rol in andere tradities

In het jainisme, het sikhisme en stromingen zoals Ayyavazhi verschijnt het begrip met eigen accenten: vaak als ethische plicht, niet-geweld (ahimsa), en toewijding aan waarheid en rechtvaardigheid. De precieze invulling verschilt per traditie, maar het gemeenschappelijke is dat dharma een richtsnoer is voor ethisch en spiritueel leven.

Algemene kenmerken en moderne relevantie

  • Veelzijdig begrip: dharma is zowel kosmisch, sociaal als persoonlijk.
  • Ethische oriëntatie: het bevat voorschriften voor juist handelen, zowel voor individu als gemeenschap.
  • Contextgebonden: wat 'juist' is, kan variëren met iemands positie, tijd en situatie (bijvoorbeeld verschillen tussen sva-dharma en algemene morele regels).
  • Moderne toepassingen: in hedendaagse discussies wordt dharma soms gebruikt om interculturele ethiek, levensdoel of duurzaam samenleven te bespreken.

Samenvattend

Dharma (of dhamma) is een breed en diep begrip uit de Indiase religieuze tradities dat verwijst naar orde, plicht en het juiste handelen. Het omvat leerstellingen, morele plichten en de praktische weg naar spirituele groei. Afhankelijk van traditie en context ligt de nadruk op kosmische orde, maatschappelijke verantwoordelijkheid of individuele praktijk en bevrijding.