Hendrik II van Engeland, ook bekend als Hendrik II Curtmantle (Le Mans, Frankrijk, 5 maart 1133 - Chinon, Frankrijk, 6 juli 1189) was een van de machtigste vorsten van de 12e eeuw. Hij was graaf van Anjou, graaf van Maine, hertog van Normandië, hertog van Aquitaine (door huwelijk met Eleanor van Aquitanië), hertog van Gascogne, graaf van Nantes, Heer van Ierland en – op verschillende momenten – heer van grote delen van Wales, Schotland en West-Frankrijk. Zijn bezittingen in Engeland en op het Europese vasteland vormen wat historici vaak het Angevijnse Rijk noemen; Hendrik besteedde veel aandacht aan zowel zijn Franse als zijn Engelse belangen.

Afkomst, opkomst en kroning

Hendrik was de zoon van Geoffrey V, graaf van Anjou en keizerin Matilda, dochter van koning Hendrik I van Engeland. Door deze afstamming hief hij aanspraak op de Engelse troon in de langdurige strijd met koning Stephen. In 1152 trouwde hij met Eleanor van Aquitanië, een huwelijk dat zijn grondgebied en politieke macht enorm vergrootte. Na jaren van verwikkelingen en onderhandelingen werd in 1153 in de praktijk een regeling getroffen (de verdragen die soms als de Vrede van Wallingford of Winchester worden aangeduid) en na de dood van Stephen I werd Hendrik in 1154 formeel tot koning van Engeland gekroond (19 december 1154).

Regering en bestuurshervormingen

Hendrik II staat bekend om zijn ingrijpende hervormingen van het koninklijk bestuur en de rechtspraak. Hij beperkte de macht van de grootgrondbezittende baronnen die tijdens Stephens bewind toegenomen was en versterkte het centrale koninklijk gezag. Belangrijke maatregelen en ontwikkelingen in zijn regering zijn onder meer:

  • Juridische hervormingen: onder Hendrik ontstond de basis voor het Engelse common law. In 1166 werden onder meer het proces door de jury en het gebruik van koninklijke rechters uitgebreid. De Assize of Clarendon (1166) en de daaropvolgende wetten bevorderden het systeem van presenterende jury's (voorlopers van latere grand juries) en het optreden van itinerante rechters.
  • Centraal financieel beheer: hij ontwikkelde effectievere methoden van belastingheffing en inning, en versterkte instituties die aan de basis stonden van het koninklijk financieel apparaat.
  • Administratieve professionalisering: Hendrik benoemde betrouwbare ambtenaren en rechters, verminderde willekeur door lokale machthebbers en zorgde voor een regelmatiger bestuur over zijn uitgestrekte bezittingen.

Conflict met de kerk: Thomas Becket

Een van de grote conflicten uit zijn regeerperiode ging over de verhouding tussen koninklijk gezag en kerkelijk recht. Hendrik benoemde Thomas Becket tot kanselier en vervolgens tot aartsbisschop van Canterbury, in de verwachting dat Becket het gezag van de kroon zou steunen over clerus en kerkelijke processen. In plaats daarvan ontwikkelde Becket zich tot fel verdediger van de kerkelijke privileges. De spanningen liepen hoog op en culmineerden in 1170 in de moord op Becket in Canterbury, een gebeurtenis die Hendriks reputatie ernstig schaadde. Becket werd snel heilig verklaard en Hendrik voerde later publieke boetedoening uit om zijn schuldgevoel te betuigen.

Buitenlands beleid, opstanden en Ierland

Hendrik voerde een actief buitenlands beleid om zijn gezag in Frankrijk en de Britse Eilanden te behouden. Zijn huwelijk met Eleanor van Aquitanië gaf hem grote macht in Zuidwest-Frankrijk, maar leidde ook tot spanningen met koningen van Frankrijk. In 1171-1172 ondernam hij een militaire expeditie naar Ierland en kreeg daar de titel Heer van Ierland, waarmee hij Engelse controle in Ierland verstevigde.

Zijn zoon Henry the Young King (gezalfd en gekroond naast zijn vader maar zonder zelfstandige macht) en zijn andere zonen – onder wie Richard en Johannes – kwamen later meerdere keren in opstand tegen hem. De grote opstand van 1173–1174, gesteund door Hendriks vrouw Eleanor en door de Franse koning, toonde de moeilijkheden van het bestuur over een zo uitgestrekt rijk. Hendrik slaagde er echter in de opstanden neer te slaan en zijn macht te herstellen.

Persoonlijkheid, talen en cultuur

Hoewel Hendrik II koning van Engeland was, leerde hij de Engelse taal nooit; hij en zijn hof spraken Normandisch Frans, de taal die de Normandische elite sinds 1066 gebruikte. Hendrik was goed opgeleid en sprak vloeiend Latijn, de schrijftaal van bestuur en kerk in Europa. Veel officiële documenten en wetten werden in het Latijn opgesteld.

Familie en opvolging

Hendrik en Eleanor kregen meerdere kinderen die in politieke allianties en conflicten van groot belang waren. Tot zijn kinderen behoorden onder anderen de latere koningen Richard (de Leeuwenhart) en Johannes (later koning Johan), evenals andere zonen die als vorsten of huwelijkskandidaten grote invloed op Europa uitoefenden. De interne conflicten binnen zijn familie, met name de opstanden van zijn zonen, waren een terugkerend probleem.

Dood en nalatenschap

Hendrik II stierf op 6 juli 1189 in Chinon. Hij liet een enorm, maar ook moeilijk beheersbaar, bezit na: zijn zoon Richard volgde hem op als koning van Engeland. Hendriks nalatenschap is complex: hij wordt geprezen om zijn bestuurlijke en juridische hervormingen die de basis legden voor het Engelse koninkrijk en het rechtssysteem, maar zijn bewind kende ook gewelddadige conflicten met kerk en familie en leidde tot blijvende politieke spanningen in zowel Engeland als Frankrijk.