"Magnum crimen: pola vijeka klerikalizma u Hrvatskoj" (d.w.z. Grote aanklacht: een halve eeuw van klerikalisme in Kroatië) is een boek dat voor het eerst in 1948 in Zagreb werd gepubliceerd. Het boek is geschreven door een Kroatische rooms-katholieke priester, Dr. Viktor Novak (1889 - 1977), die ook professor was aan de universiteiten van Belgrado en Zagreb, en lid van de Joegoslavische Academie voor Wetenschap en Kunst. In dit boek schreef Novak over het (rooms-katholieke) klerikalisme in Kroatië van het begin van de 20e eeuw tot het einde van de Tweede Wereldoorlog.

De Curie van het Vaticaan plaatste het boek op haar lijst van verboden boeken, de "Index librorum prohibitorum", en zei dat Novak een vijand van de Katholieke Kerk was.

Het werk is een documentair en polemisch geschiedkundig onderzoek naar de relaties tussen katholieke geestelijkheid en politiek in Kroatië tijdens de eerste helft van de 20e eeuw. Novak analyseert daarin onder meer:

  • de politiek-maatschappelijke rol van de kerk en de mate waarin geestelijken invloed uitoefenden op onderwijs, lokale besturen en nationale politiek;
  • verbanden tussen kerkelijke kringen en nationalistische bewegingen in verschillende periodes, inclusief de jaren rond de Tweede Wereldoorlog;
  • gebruikt archivalia en persmateriaal om samenwerkingslijnen, betrokkenheid bij machtsstructuren en het optreden van individuele clerici te illustreren.

De publicatie viel direct in een scherp politiek en kerkelijk debat. Voorstanders van Novaks visie zagen in het boek een noodzakelijk kritisch onderzoek naar de verwevenheid van kerk en staat; tegenstanders—voornamelijk kringen rond de Katholieke Kerk en conservatieve publicisten—voelden zich aangevallen en bestempelden delen van het boek als eenzijdig of onjuist. De Curie beschouwde de toon en de conclusies als vijandig tegenover de Kerk, wat uiteindelijk tot opname op de Index librorum prohibitorum leidde.

Enkele belangrijke gevolgen en reacties rond het boek:

  • Het werd veelvuldig besproken in academische en politieke kringen in het naoorlogse Joegoslavië en droeg bij aan de discussie over secularisering en de positie van religie in de nieuwe staat.
  • De opname op de Index maakte het werk bijkans onleesbaar voor praktiserende katholieken die de kerkelijke richtlijnen volgden, en versterkte tegelijk de controverse rond de betrouwbaarheid en intentie van Novaks analyse.
  • Onder historici blijft het boek een vaak geciteerde bron bij studies over clerikalisme en kerkelijke politiek in Kroatië, al worden Novaks conclusies kritisch getoetst en aangevuld met nieuw onderzoek en bronnen.

Contextueel is belangrijk te noemen dat de Index librorum prohibitorum deel uitmaakte van het instrumentarium van de Heilige Stoel om boeken die als gevaarlijk voor het geloof of moreel werden gezien, te censureren. De Index zelf verloor geleidelijk aan gezag en werd formeel buiten gebruik gesteld in de jaren 1960; desalniettemin bleef de opname van een werk op die lijst een krachtige indicatie van kerkelijke afkeuring.

Tegenwoordig wordt Magnum crimen vaker gelezen en besproken als een historisch getuigenis van de spanningen tussen kerk en staat in Centraal- en Zuidoost-Europa in de eerste helft van de 20e eeuw. Lezers en onderzoekers wordt aangeraden het boek te plaatsen binnen de bredere historiografie: enerzijds als bron met veel documentair materiaal en scherpe interpretaties, anderzijds als product van zijn tijd met een uitgesproken standpunt dat kritisch gewogen moet worden tegen andere bronnen en recente studies.