De eerste balletgroepen die in Sint-Petersburg optraden waren Italiaanse balletdansers in het begin van de 18e eeuw. Catharina de Grote wilde dat er een Russisch theater werd gebouwd. Het werd gebouwd in 1783. Het kreeg de naam Keizerlijk Bolsjoj Kamenny Theater ("Kamenny" is het Russische woord voor "steen". Het werd gebruikt om het gebouw te onderscheiden van het houten theater dat werd gebruikt). Het gebouw dat we vandaag zien, dateert van 1860. Het werd geopend met een opvoering van Glinka's opera Een leven voor de tsaar. Het heette het Mariinsky Theater, genoemd naar keizerin Maria Alexandrovna. De grote choreograaf Marius Petipa gaf er de eerste voorstellingen van vele beroemde balletten, zoals Tsjaikovski's De schone slaapster in 1890, De notenkraker in 1892, Alexander Glazoenovs ballet Raymonda in 1898, en een bijgewerkte versie van Tsjaikovski's Zwanenmeer (met Lev Ivanov) in 1895.
Toen het theater in 1886 de hoofdzetel werd van het Keizerlijk Ballet en de Keizerlijke Opera, werd het theater verbeterd. Veel opera's werden er opgevoerd, waaronder de eerste uitvoeringen van Moesorgski's Boris Godoenov, Rimski-Korsakovs De gouden haan, Tsjaikovski's De schoppenkoningin en Iolanthe, Prokofjevs Romeo en Julia en Assepoester, en Chatsjatoerians Spartacus werden er ook opgevoerd.
Het keizerlijke en Sovjet-theater was de thuisbasis van vele grote impresario's, dirigenten en musici. Aan de Vaganova Academie van het Russische Ballet, de balletschool van het Mariinksy Theater, begonnen de carrières van Mathilde Kschessinskaya, Olga Preobrajenskaya, Anna Pavlova, Tamara Karsavina, Vaslav Nijinsky, Marina Semenova, George Balanchine, Galina Ulanova, Rudolf Nureyev, Natalia Makarova, Mikhail Baryshnikov, Irina Kolpakova, Galina Mezentseva, Altynai Asylmuratova, en in meer recente tijden beroemde dansers als Ulyana Lopatkina, Diana Vishneva, en Svetlana Zakharova.