Westlothiana lizziae is een vroege tetrapode. Het is een overgangsfossiel, met een mengeling van amfibie- en vroege amniote-kenmerken. 282 Zijn lichaamsvorm vertoont een oppervlakkige gelijkenis met de hedendaagse hagedissen. Hij leefde in het Carboon, ongeveer 335–350 miljoen jaar geleden.

Ontdekking en vindplaats

Het type-exemplaar werd in 1984 ontdekt in East Kirkton Quarry, Bathgate, Schotland. Het werd genoemd naar het graafschap West Lothian waar het werd gevonden. East Kirkton is een belangrijke vindplaats voor vroeg-terrestrische fauna en flora; de afzettingen bewaren uitzonderlijk goed de resten van kleine landdieren en planten uit het laat-Viséïsch/Serpukhovien (vroeg-Carboon).

Anatomie en uiterlijk

Westlothiana lizziae was klein en slank gebouwd — het totale lichaamslengte wordt vaak geschat op ongeveer 20 cm, met een relatief lang lichaam en een lange staart. De schedel en wervelkolom tonen kenmerken die doen denken aan vroege amnioten: sommige schedelbeenderen en de bouw van de wervels lijken meer op die van amnioten dan op typische amfibieën. Tegelijkertijd bezit het ook kenmerken die aan amphibieën herinneren, zoals bepaalde details in de ledematen en mogelijk de bouw van de tanden. Deze mengeling van eigenschappen is de reden dat het als overgangsvorm wordt gezien.

Classificatie en evolutionaire betekenis

Er is lange tijd debat geweest over de precieze plaats van Westlothiana in de evolutionaire stamboom. De meeste recente interpretaties plaatsen het niet binnen de moderne (kroon)amnioten, maar als een zogenaamde stem-amniote — een nauwe verwant van de groep die uiteindelijk de amnioten (gereptielen, vogels en zoogdieren) zou voortbrengen. Dat maakt het belangrijk omdat het laat zien welke morfologische veranderingen mogelijk plaatsvonden rond het moment van de afsplitsing tussen amnioten en andere tetrapoden.

Leefomgeving en ecologie

De afzettingen van East Kirkton weerspiegelen een afwisseling van terrestrische en zoetwateromgevingen, met vegetatie zoals varens en lycopoden en een diverse fauna van ongewervelden en kleine tetrapoden. Westlothiana moet een klein, overwegend landgebonden dier zijn geweest dat zich voedde met ongewervelde prooien. Zijn bouw wijst op een actieve, potige loopwijze op het land in plaats van een volledig aquatisch bestaan.

Fossiele bewaring en onderzoek

Er zijn slechts enkele goed bewaarde exemplaren van Westlothiana bekend, wat de interpretatie bemoeilijkt. Moderne technieken zoals röntgentomografie (CT-scans) en gedetailleerde vergelijkende anatomie hebben echter extra informatie opgeleverd over de inwendige structuren en hebben geholpen bij het verfijnen van zijn positie in de evolutionaire stamboom. Het fossiel blijft een referentiepunt voor studies naar het ontstaan van amnioten en de overgang naar volledig terrestrische levenswijzen.

Belangrijk om te onthouden: hoewel Westlothiana lizziae uiterlijk aan hagedissen doet denken, is die gelijkenis het resultaat van convergente evolutie; het is geen directe voorouder van moderne hagedissen, maar een vroeg voorbeeld van het type morfologie dat rond de oorsprong van de amnioten optrad.