De Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1860 werden gehouden op dinsdag 6 november 1860. De verkiezing van president Abraham Lincoln diende als aanleiding voor het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog. De Verenigde Staten waren in de jaren 1850 verdeeld over vragen rond de uitbreiding van de slavernij en de rechten van slavenhouders. In 1860 braken deze kwesties de Democratische Partij in drie facties. Elke groep vond dat ze de kandidaat van de Republikeinse Partij het best konden verslaan.
Achtergrond en oorzaken
De verkiezing van 1860 vond plaats tegen een achtergrond van jarenlange politieke en maatschappelijke spanning. Belangrijke gebeurtenissen en wetten uit de jaren 1850 droegen bij aan de polarisatie, onder meer:
- Compromis van 1850 en de strenge Fugitive Slave Act, die spanningen tussen vrije en slavenstaten verhoogde.
- Kansas-Nebraska Act (1854), die het principe van "soevereiniteit van de staat" invoerde en leidde tot geweld in Kansas ("Bleeding Kansas").
- Dred Scott-beslissing (1857), waarin het Hooggerechtshof oordeelde dat zwarte mensen geen Amerikaanse burgers waren en dat het Congres geen macht had slavernij in de territoria te verbieden.
- John Brown's raid op Harpers Ferry (1859), die de angst voor een gewelddadige afschaffingsbeweging in het Zuiden vergrootte.
Deze gebeurtenissen verzwakte nationale compromissen en zorgden ervoor dat politieke partijen zich steeds sterker langs regionale lijnen verdeelden.
Kandidaten en uitslag
De verkiezing van 1860 had vier belangrijke kandidaten, representatief voor de gespleten politieke situatie:
- Abraham Lincoln (Republikeinse Partij) — tegen uitbreiding van de slavernij in de territoria, maar beloofde de slavernij in bestaande slavenstaten onaangeroerd te laten.
- Stephen A. Douglas (Noordelijke Democraten) — voor populaire soevereiniteit: de bewoners van een territorium moesten zelf beslissen over slavernij.
- John C. Breckinridge (Zuidelijke Democraten) — verdedigde federale bescherming van slavernij in de territoria en uitgebreid slavenrechten.
- John Bell (Constitutional Union Party) — gericht op behoud van de Unie door de slavernijkwestie te ontlopen en de Grondwet centraal te stellen.
Uitslag in het kiescollege en de populaire stemmen:
- Abraham Lincoln: 180 kiesmannen, ongeveer 1.866.000 stemmen (~39,8% van de populaire stem).
- John C. Breckinridge: 72 kiesmannen, ~849.000 stemmen (~18,1%).
- John Bell: 39 kiesmannen, ~589.000 stemmen (~12,6%).
- Stephen A. Douglas: 12 kiesmannen, ~1.377.000 stemmen (~29,5%).
De verdeling laat zien dat Lincoln een gewonnen kiescollege behaalde met een nationaal minderheidsmandaat in de populaire stem, maar met sterke, geconcentreerde steun in de vrije noordelijke staten. In veel zuidelijke staten stond Lincoln niet eens op het stembiljet.
Gevolgen
De directe politieke consequentie van Lincolns verkiezing was het versnellen van de secessiebeweging in het Zuiden. Binnen enkele weken na de verkiezing riepen zuidelijke staatsregeringen bijeenkomsten uit en begonnen sommige staten zich terug te trekken uit de Unie. Belangrijke stappen waren:
- December 1860: South Carolina verklaarde zich als eerste staat afgescheiden.
- In de maanden daarna sloten zich andere zuidelijke staten aan en vormden uiteindelijk de Confederate States of America, met Jefferson Davis als president.
- April 1861: het beleg en de aanval op Fort Sumter markeerden het begin van grootschalige gewapende conflicten — het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog.
Hoewel Lincoln aanvankelijk benadrukte dat hij de slavernij in de zuidelijke staten niet direct zou afschaffen, ontwikkelde de oorlogssituatie zich en leidde uiteindelijk tot emancipatiebeleid en de afschaffing van de slavernij via het 13e Amendement (1865).
Betekenis
De presidentsverkiezing van 1860 wordt gezien als een keerpunt in de Amerikaanse geschiedenis. Het resultaat maakte duidelijk dat nationale politiek steeds meer langs regionale lijnen verliep en dat het politieke systeem in 1860 niet in staat was een compromis te vinden dat zowel Noord als Zuid tevredenstelde. De uitkomst en de nasleep benadrukken hoe politiek, rechtspraak en maatschappelijke spanningen elkaar konden versterken en in open conflict doen ontaarden.



