Josef Krips (geboren in Wenen op 8 april 1902; overleden in Genève op 13 oktober 1974) was een Oostenrijkse dirigent en violist. Hij staat bekend om zijn lyrische en precieze benadering van het repertoire, met name bij Mozart, Beethoven en de richting van opera's uit het klassieke en romantische repertoire.

Opleiding en vroege loopbaan

Krips is geboren in een Joodse familie. Hij werd een leerling van Eusebius Mandyczewski en Felix Weingartner. Van 1921 tot 1924 was hij Weingartner's assistent bij de Weense Volksoper waar hij werkte als repetitor en koormeester. Daarna werd hij dirigent van verschillende orkesten, waaronder het orkest in Karlsruhe van 1926 tot 1933. In 1933 keerde hij terug naar Wenen als dirigent van de Volksoper. In 1935 werd hij ook hoogleraar aan de Weense Academie voor Schone Kunsten. Tussen 1935 en 1938 dirigeerde hij vaak op de Salzburger Festspiele, waar hij zich ontwikkelde tot een gewaardeerd operadirigent met een fijnzinnig gevoel voor frase en dramaturgie.

Ballingschap en Tweede Wereldoorlog

In 1938, toen de nazi's in Oostenrijk aan de macht kwamen (de Anschluss), moest Krips het land verlaten omdat hij joods en rooms-katholiek was. Hij werkte in Belgrado totdat ook Joegoslavië betrokken raakte bij de Tweede Wereldoorlog. De rest van de oorlog werkte hij in een voedselfabriek. Deze jaren van onderbreking van zijn muzikale carrière beïnvloedden hem diep, maar na de oorlog keerde hij terug met een sterke inzet voor heropbouw van het muzikale leven in Oostenrijk.

Wederopbouw en internationale carrière na 1945

In 1945 ging hij terug naar Oostenrijk, waar hij als een van de weinige dirigenten mocht werken, omdat hij niet onder het naziregime had gewerkt. Na de oorlog dirigeerde hij als eerste het Weens Filharmonisch Orkest en de Salzburger Festspiele, waar hij de opera Don Giovanni van Mozart dirigeerde. Deze optredens droegen bij aan de culturele heropening van Oostenrijk na de bezetting en versterkten Krips' reputatie als een betrouwbare en respectvolle vertolker van het repertoire.

Van 1950 tot 1954 was Krips chef-dirigent van het London Symphony Orchestra. Daarna dirigeerde hij het Buffalo Philharmonic Orchestra en het San Francisco Symphony (van 1963 tot 1970). Hij gaf zijn eerste optreden in Covent Garden in 1963 en verscheen in 1966 in de Metropolitan Opera. Vanaf dat moment dirigeerde hij daar vaak. In 1970 werd hij dirigent van de Deutsche Oper in Berlijn. Tussen 1970 en 1973 was hij chef-dirigent van het Vienna Symphony Orchestra. Door deze internationale posities bouwde Krips een uitgebreide uitvoeringspraktijk op en werkte hij met vele solisten en orkesten van topniveau.

Repertoire, opnames en stijl

Krips verwierf naam door zijn heldere, muzikale leiding en zijn respect voor de partituur. Zijn interpretaties van Mozart (zowel opera als symfonisch werk) en de klassieke symfonische canon werden geprezen om hun transparantie en ritmische scherpte. Hij maakte ook talrijke opnames en radio-registraties die hebben bijgedragen aan zijn blijvende reputatie. Zijn stijl wordt vaak gekarakteriseerd als nuchter, gestructureerd en met aandacht voor frasering en orkestrale balans.

Laatste jaren en nalatenschap

Krips stierf in Genève, Zwitserland in 1974. Zijn nalatenschap leeft voort in de opnames en in de herinnering aan zijn rol bij de heropbouw van het Oostenrijkse muziekleven na de oorlog. Hij wordt herinnerd als een dirigent die consistentie, muzikale integriteit en een zekere terughoudendheid in interpretatie vooropstelde.

Familie

Zijn broer Henry was ook muzikant. Hij emigreerde naar Australië waar hij het orkest in Adelaide dirigeerde. Daarna keerde hij terug naar Londen waar hij vaak Weense lichte muziek dirigeerde. De twee broers vertegenwoordigden verschillende muzikale paden: Josef met een groot internationale symfonische en operacarrière, Henry met een sterke band met het lichte repertoire en het muziekleven in Australië en het Verenigd Koninkrijk.

Belangrijke kenmerken van Josef Krips' loopbaan zijn zijn bijdrage aan de wederopbouw van het muzikale leven na 1945, zijn lange internationale carrière als chef-dirigent en zijn reputatie als een betrouwbare vakman met een bijzondere affiniteit voor Mozart en het klassieke repertoire. Hij blijft een voorbeeld voor dirigenten die streven naar helderheid en partituurtrotse interpretaties.