De vroegste nederzetting was een dorp uit de late bronstijd in Baugy. Montreux ligt aan de noordoostelijke oever van het Meer van Genève op de splitsing van de Romeinse weg uit Italië over de Simplonpas, waar de wegen naar de Romeinse hoofdstad Aventicum en de weg naar Gallië via Besançon zich scheidden. Hierdoor was het reeds in de Romeinse tijd een belangrijke nederzetting.
In de 12e eeuw werd de wijnbouw in de streek geïntroduceerd, en de zonnige hellingen van het meer van Lavaux tot Montreux werden een belangrijk wijnbouwgebied.
De streek was onderworpen aan verschillende vorsten, met name de vorsten van Savoye aan de zuidkant van het meer. Zij verenigden het grondgebied dat het huidige kanton Vaud omvat en waren over het algemeen populaire vorsten.
Na de Bourgondische oorlogen in de 15e eeuw bezetten de Zwitsers in Bern de streek zonder tegenstand, een teken van de zwakte van de vorsten van Savoye. De reformatie maakte van de streek rond Montreux en Vevey een aantrekkelijk toevluchtsoord voor Hugenoten uit Italië, die hun ambachtelijke vaardigheden meebrachten en er ateliers en bedrijven vestigden.
In 1798 bevrijdde Napoleon de streek van de Berners. In de 19e eeuw werd de toeristenindustrie een belangrijke afzetmarkt, met de grand hotels van Montreux die de rijken en gecultiveerden uit Europa en Amerika aantrokken.
Vanaf de 19e eeuw waren er drie onafhankelijke gemeenten die een centrale autoriteit deelden. Deze districtsraad bestond uit vier afgevaardigden uit Le Châtelard, twee uit Les Planches en één uit Veytaux. De kerk, de markthal van La Rouvenaz, de middelbare school (het gebouw dateert van 1872 en 1897) en het slachthuis (1912) waren allemaal eigendom van het gemeentebestuur. Elke gemeente had zijn eigen belastingen en een burgemeester. In 1962 fuseerden de gemeenten Le Châtelard en Les Planches, terwijl Veytaux zelfstandig bleef.