In de natuur gaan de meeste dieren op in hun omgeving of verbergen ze hun vorm. Ze zijn heel moeilijk te zien. Zo overleven ze, en als ze overleven, kunnen ze zich voortplanten. Er zijn uitzonderingen: dieren die gevaarlijk zijn om te eten (bv. wespen) maken reclame met waarschuwingskleuren.
Prooidieren verbergen zich voor roofdieren. Roofdieren moeten naar prooien zoeken zonder gezien te worden. Natuurlijke camouflage is één manier om dit te doen: een dier kan opgaan in zijn omgeving. Een andere manier is dat het dier zich vermomt als iets ongevaarlijks.
Sommige gecamoufleerde dieren kopiëren ook bewegingen in de natuur, b.v. van een blad dat waait in de wind. Andere dieren hechten natuurlijke materialen aan hun lichaam om zich te verbergen. Enkele dieren veranderen van kleur in een veranderende omgeving. Seizoensgebonden: (veel Arctische dieren, zoals de poolvos, of de poolhaas). Of snel, zoals de kameleon en de inktvis. Sommige kuddedieren, zoals de zebra, hebben een patroon dat het het roofdier moeilijk maakt als ze op de vlucht zijn.
Mimicry is een speciale vorm van camouflage, waarbij een dier of plant op een ander dier of plant lijkt, meestal een dier dat onaangenaam is om te eten of gevaarlijk is.
Zonwering
De meeste dieren zijn donker van boven en licht van onder. Als er licht uit de lucht komt, maakt deze tegenschaduw ze minder zichtbaar. Dat dit de juiste verklaring is, wordt bewezen door gevallen waarin het dier ondersteboven leeft. Een beroemd voorbeeld is de nijlmeerval, die met de buik naar boven zwemt. In dit geval is de buik donker, en de rug licht van kleur. p43