Sir Colin Rex Davis, CH, CBE, (Weybridge, Surrey, 25 september 1927 - Londen, Engeland 14 april 2013), was een van de meest invloedrijke Britse dirigenten van de tweede helft van de twintigste eeuw. Hij verwierf internationale faam door zijn heldere, onopgesmukte podiumstijl, zijn brede repertoire — met name van Mozart, Berlioz en Britse componisten — en zijn omvangrijke discografie.

Vroege leven en opleiding

Davis werd geboren in Weybridge, Surrey, en kreeg zijn schoolopleiding aan Christ's Hospital. Hij studeerde klarinet aan het Royal College of Music in Londen. Omdat zijn pianovaardigheden destijds niet voldeden aan de eisen, kreeg hij geen formele dirigeerlessen op het conservatorium. Toch zocht hij actief naar kansen om te dirigeren en deed ervaring op met studentengroepen en het Kalmar-orkest, hetgeen de basis legde voor zijn latere carrière.

Doorbraak en operacarrière

In 1952 werkte Davis in de Royal Festival Hall en aan het eind van de jaren vijftig leidde hij het BBC Scottish Symphony Orchestra. Zijn eerste grote publieke doorbraak kwam toen hij op korte termijn ingevallen was voor zieke collega’s: hij dirigeerde onverwacht Don Giovanni van Wolfgang Amadeus Mozart in de Royal Festival Hall toen Otto Klemperer ziek was, en een jaar later nam hij bij Glyndebourne het dirigentschap van Mozarts The Magic Flute over toen Thomas Beecham niet kon optreden. Deze succesvolle invallen verstevigden zijn reputatie als betrouwbaar en muzikaal leider in de operawereld.

In de jaren zestig werkte hij veel met Sadler's Wells Opera en bouwde hij een steeds belangrijkere carrière op in zowel opera als orkestmuziek. In 1971 volgde hij Georg Solti op als chef-dirigent van het Royal Opera House, een positie die hij tot 1986 zou bekleden. Tijdens zijn jaren aan het Royal Opera House zette hij zich in voor hedendaagse Britse opera en dirigeerde hij belangrijke premières, onder meer van Michael Tippett (zoals The Knot Garden en The Ice Break). In 1977 werd hij de eerste Engelse dirigent die optrad op het Bayreuth Festival, waar hij Tannhäuser dirigeerde.

Orkestcarrière en internationale functies

Davis bekleedde belangrijke functies bij toonaangevende orkesten. Hij was chef-dirigent van het BBC-symfonieorkest (periode: eind jaren zestig tot 1971) en was van 1972 tot 1984 hoofdgastdirigent van het Boston Symphony Orchestra. Van 1983 tot 1993 was hij chef-dirigent van het Beierse Radio Symfonie Orkest. In 1991 kreeg hij de eretitel 'Dirigent Laureaat' van de Staatskapelle Dresden, de eerste dirigent in de geschiedenis van dat orkest die deze titel kreeg.

In 1995 werd Davis chef-dirigent van het London Symphony Orchestra. Onder zijn leiding groeide het orkest verder in artistieke samenhang en internationale bekendheid; in 2006 maakte hij zijn afscheid als chef-dirigent en werd hem de titel van President van het orkest toegekend. Tevens was hij van 1998 tot 2003 Hoofdgastdirigent van het New York Philharmonic.

Repertoire, opnames en muzikale betekenis

Davis was vooral geroemd om zijn interpretaties van Mozart en van de Franse romantiek, met name Hector Berlioz, wiens werk hij uitermate heeft gepromoot. Daarnaast was hij een belangrijk pleitbezorger van hedendaagse Britse muziek en dirigeerde en verzorgde hij premières van conservatieve en moderne repertoiredelen. Hij maakte vele opnames met de orkesten waarmee hij werkte en verwierf daarmee blijvende erkenning in de internationale klassieke-muziekwereld. Zijn stijl werd vaak omschreven als muzikaal eerlijk, direct en tekstgetrouw: geen spektakel, maar wel diepgaande muzikale betrokkenheid.

Onderscheidingen en erkenning

Davis ontving tal van onderscheidingen gedurende zijn loopbaan. Hij werd geridderd (hence de titel Sir), en droeg later ook de titels CBE en CH. Daarnaast kreeg hij diverse eretitels en onderscheidingen van orkesten en muziekinstellingen voor zijn bijdragen aan het muzikale leven.

Privéleven

In 1949 trouwde Davis met de sopraan April Cantelo; zij kregen twee kinderen, Suzanne en Christopher. Het huwelijk eindigde in 1964. In datzelfde jaar trouwde Davis met Ashraf "Shamsi" Naini, die oorspronkelijk als au pair van het gezin had gewerkt. Om zowel Iraanse als Britse autoriteiten tevreden te stellen, trad het paar drie keer in het huwelijk: één keer in Iran en twee keer in het Verenigd Koninkrijk (in de Iraanse ambassade en in een burgerlijke ceremonie). Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren.

Overlijden en nalatenschap

Op 14 april 2013 maakte het London Symphony Orchestra bekend dat Davis die avond op 85-jarige leeftijd na een korte ziekte was overleden. Zijn overlijden leidde tot brede internationale waardering en herinneringen aan zijn lange en productieve carrière. Davis wordt herinnerd als een dirigent die de muziek diende met integriteit en warmte, en wiens opnames en interpretaties nog steeds veel worden beluisterd en bestudeerd.

Davis was niet verwant aan de dirigent Sir Andrew Davis.