Veel samenlevingen hebben geprobeerd linkshandige kinderen rechtshandigheid op te dringen ("gedwongen lateraliteit"). De algemene ervaring is dat dergelijke pogingen niet geheel succesvol zijn en ongemak veroorzaken. Schrijven is een goed voorbeeld. Een rechtshandig schrift beweegt naar rechts, en de hand van de rechtshandige schrijver laat zien wat er zojuist geschreven is, wat goede feedback is. Wanneer een linkshandige persoon een rechtshandig schrift schrijft, verbergt zijn hand wat net geschreven is. Dat verstoort de natuurlijke visuele feedback aan de schrijver. De manier waarop ons alfabet wordt geschreven, naar rechts verschuivend, is dus beter voor rechtshandige schrijvers.
Er zijn altijd meer rechtshandigen in een bevolking. Toch kent de wereld vele belangrijke schriften die van rechts naar links worden geschreven. Sommige, zoals Arabisch, Hebreeuws, Perzisch en Urdu zijn wijdverspreid en belangrijk. Er zij aan herinnerd dat de meeste mensen vroeger niet konden schrijven. Zelfs in Engeland in 1800 ondertekenden veel mannen hun huwelijksakte met een X, omdat zij analfabeet waren (niet konden schrijven). De alfabetisering kwam in de 19e eeuw. Toen het schrift werd uitgevonden, was dat dus een paar duizend jaar geleden, en alleen de priesters en ambtenaren hoefden het te gebruiken. Bijna alle monumenten uit die tijd gebruikten naast woorden ook plaatjes, zodat de massa ze kon begrijpen. Veel dat wij als vanzelfsprekend beschouwen, zoals spaties tussen woorden (!), was er niet bij het begin van het schrift, en verschillende oosterse talen kunnen zowel van boven naar beneden als horizontaal worden geschreven.
Bij een toetsenbord daarentegen is handigheid niet van belang. Daarom is de kwestie van handigheid nu niet meer zo belangrijk als vroeger.
Er zijn echter veel gereedschappen die gewoonlijk gemaakt zijn voor rechtshandigen, en het kan moeilijk en duurder zijn om linkshandige versies te kopen.