Een kapo of gevangene was een bijzonder type gevangene in de nazi-concentratiekampen tijdens de Holocaust. Kapo's werden door de kampwachters van de Schutzstaffel (SS) gekozen om de kampen te helpen runnen. Sommige kapo's hadden de leiding over andere gevangenen, die dwangarbeid moesten verrichten. Andere kapo's deden papierwerk en hielden een administratie bij in de kampen.
De nazi's gebruikten kapo's om vele redenen. Omdat de kapo's hielpen bij het runnen van de kampen, hadden de kampen niet zoveel SS-bewakers nodig. De kapo's hielpen de SS de andere gevangenen te controleren. Hierdoor kon een klein aantal SS'ers grote concentratiekampen runnen. Omdat de kapo's gevangenen waren, werden zij ook niet betaald voor hun werk, zodat dit systeem ook veel geld bespaarde.
Ook al werden ze niet betaald, de kapo's kregen een speciale behandeling. Ze hoefden geen zware arbeid te verrichten en ze werden niet fysiek misbruikt zoals de andere gevangenen. Ze kregen soms extra voedsel, sigaretten, alcohol, gewone kleren en privé-kamers. Om deze speciale behandeling te behouden, moesten de kapo's echter wel de SS-bewakers tevreden stellen. Als ze de andere gevangenen niet goed genoeg onder controle hadden, zouden de kapo's hun baan verliezen. Ze zouden weer gewone gevangenen worden.
De SS'ers kozen vaak voor kapo's die deel uitmaakten van gewelddadige criminele bendes. Deze kapo's maakten vaak misbruik van andere gevangenen. De SS liet dit misbruik toe.


