Het begin van origami is niet duidelijk. Het papiervouwen begon in China in de 1e of 2e eeuw. Het kwam uiteindelijk naar Japan in de 6e eeuw. In plaats van modellen te maken die precies op dingen leken, leken de eerste origamimodellen alleen maar op dingen. Mensen vouwden vaak modellen en gaven ze aan andere mensen voor goed geluk. Zo vierden Shinto edelen huwelijken met sake in glazen versierd met origamivlinders, die geluk brachten aan de bruid en bruidegom.
Er waren ook onafhankelijke papiervouwtradities in andere landen, zoals Duitsland en Spanje. Het vroegste bewijs van papiervouwen in Europa is een afbeelding van een boot uit 1490. Er was ook een papieren doos uit 1440. Tenslotte werd in 1845 Kan no mado geschreven, en dat was het eerste boek met origamimodellen.
De laatste tijd hebben mensen meer belangstelling gekregen voor origami. In 1954 stelde de Japanse papiervouwer Akira Yoshizawa regels op om uit te leggen hoe men origamimodellen moet vouwen. Zijn instructies over papiervouwen worden nu in alle landen gebruikt.
Papier
Peter Engel, een bekend papiervouwer, zegt: "Het beste papier [voor origami] is dun en knisperend en absoluut vierkant. "Voorgesneden origamipapier wordt verkocht in vele kleuren, maten en patronen. Duo papier, of papier met verschillende kleuren aan elke kant, wordt gebruikt door papiervouwers omdat het gebieden van verschillende kleur op het afgewerkte model maakt. Er zijn ook speciale papieren, zoals getextureerde, metallic, en patroon.
Veel mensen maken graag hun eigen papier. Engel beschrijft een methode die hem door Robert Lang werd getoond, namelijk "een sandwich van aluminiumfolie en twee stukken vloeipapier". Bij deze methode worden twee stukjes papier aan elke kant van de aluminiumfolie geplakt. Veel mensen houden van origami omdat er bijna altijd papier is. Kopieerpapier, servetten, behangpapier, indexkaarten, en zelfs papiergeld kunnen gebruikt worden om interessante en unieke modellen te maken.
Gereedschap
Veel papiervouwers geven de voorkeur aan een vlakke ondergrond om modellen op te vouwen, maar anderen, zoals de Japanners, vouwen in de lucht. Traditionele papiervouwers geloven dat alleen de handen moeten worden gebruikt bij het vouwen, maar veel moderne vouwers gebruiken andere hulpmiddelen bij het vouwen. Pincetten en paperclips kunnen worden gebruikt om zeer kleine vouwen te maken. Sommige vouwers gebruiken linialen of andere platte gereedschappen om scherpere vouwen in de modellen te maken.