Een klauw is een scherp voorwerp. Hij bevindt zich aan het uiteinde van een teen of vinger bij veel zoogdieren, vogels en sommige reptielen. Het woord "klauw" wordt ook gebruikt in verband met een ongewerveld dier. Zo worden de chelaeën van krabben en kreeften vaak klauwen of nijptangen genoemd.

Een klauw is gemaakt van hard eiwit, keratine genaamd. Zij worden door sommige vleesetende zoogdieren, zoals katten, gebruikt om prooien te vangen en vast te houden, maar bij die en andere soorten kunnen zij ook voor andere dingen worden gebruikt, zoals graven, in bomen klimmen, enzovoort.

Soortgelijke aanhangsels die plat zijn en niet tot een scherpe punt komen, worden in plaats daarvan nagels genoemd.