Reptiel is de gangbare naam voor een van de hoofdgroepen van gewervelde landdieren. Het wordt niet zozeer gebruikt door biologen, die nauwkeuriger termen gebruiken.

De naam "reptiel" komt van het Latijn en betekent "iemand die kruipt". Alle levende reptielensoorten zijn koudbloedig, hebben een schilferige huid, en leggen cleidoïsche eitjes. Ze scheiden urinezuur uit (in plaats van ureum) en hebben een cloaca. Een cloaca is een gedeelde opening voor de anus, de urinewegen en de voortplantingskanalen. Reptielen delen ook een ordening van het hart en de grote bloedvaten die verschilt van die van zoogdieren.

Veel belangrijke groepen reptielen zijn nu uitgestorven, bijvoorbeeld de mosasauriërs. Vroeger zeiden we dat de dinosauriërs waren uitgestorven, maar ze overleven in de vorm van hun gevederde nakomelingen (vogels). Tot de oude reptielen die wel overleven behoren de schildpadden, de krokodillen en de Tuatara, de eenzame overlevende van de groep. De grote meerderheid van de huidige reptielen zijn slangen en hagedissen.

De studie van levende reptielen wordt herpetologie genoemd.