Pasen, ook wel Dag van de Opstanding en Pascha genoemd, is een christelijke feestdag ter ere van de terugkeer van Jezus Christus uit de dood. Voor veel christenen is het de belangrijkste en heiligste dag van het kerkelijke jaar; voor anderen is het een culturele of familiale viering. In veel landen is Pasen een officiële feestdag of worden er op zijn minst één of twee vrije dagen rondom Pasen gehouden.

Datumberekening

Pasen is een bewegelijk (roerend) feest: de datum verschilt elk jaar. De algemeen aanvaarde regel is dat Pasen wordt gevierd op de eerste zondag na de eerste volle maan die op of na 21 maart valt. Daardoor kan Pasen elk jaar in maart of april liggen; de vroegst mogelijke datum is 22 maart en de laatst mogelijke datum is 25 april. Deze manier van rekenen is officieel vastgelegd na besluiten van de vroege kerk, onder meer tijdens het Concilie van Nicea (325 n.Chr.).

Belangrijk om te weten is dat kerken een kerkelijke (ecclesiastische) benadering van de lente-equinox en de volle maan hanteren: 21 maart wordt als vaste dag voor de equinox gezien en de "paasvolle maan" is een door de kerk gebruikte berekende datum, die niet altijd samenvvalt met de werkelijke astronomische volle maan. Westerse kerken, zoals de rooms-katholieke kerk en de meeste protestantse kerken, gebruiken de Gregoriaanse kalender. Veel oosterse kerken, zoals de oosters-orthodoxe kerk, baseren hun berekening nog op de Juliaanse kalender, waardoor hun paasdatum vaak afwijkt en meestal later in het jaar valt.

Als voorbeelden: in 2015 viel Pasen voor zowel de Gregoriaanse als de Juliaanse berekening samen op 5 april. In 2019 was Pasen op 21 april. Omdat de kalenderregels complex zijn, kunnen de data per jaar sterk variëren.

Geschiedenis en etymologie

De naam en oorsprong van het feest bevat elementen uit zowel de Joodse als de Germaanse tradities. Vroegchristelijke vieringen van Pasen liggen historisch vaak in dezelfde periode als het Joodse Pesach, omdat het evangelieverhaal van de kruisiging en opstanding van Jezus Christus zich rond die tijd afspeelt. In het Grieks en Latijn werd het feest aangeduid als Pascha, afgeleid van het Hebreeuwse Pesach.

De naam die in veel moderne talen gebruikt wordt (bijvoorbeeld het Franse woord Pâcques) komt rechtstreeks van dat Griekse/Latijnse woord. In het Engels en in sommige noordgermanse talen komt de naam Easter (en verwant Ostern) mogelijk van de naam van een vroeg-germaanse lentegodin, die door de Anglo-Saksische schrijver Bede werd genoemd als Eastra — maar dit betreft vooral de ontwikkeling van het woord in het Engels en niet van alle Europese benamingen. De relatie met de oude Duitse lentefeesten is onderwerp van historisch debat.

Religieuze betekenis en liturgie

Voor christenen staat Pasen in het teken van de overwinning op de dood en de bevestiging van de geloofsboodschap dat Jezus leeft. De liturgische vieringen vormen het hoogtepunt van het kerkelijk jaar en worden voorafgegaan door de vastentijd (Vasten of Vastenperiode/Lent) van ongeveer 40 dagen.

  • Veertigdagentijd / vasten (Lent): periode van bezinning, gebed en soms vasten.
  • Palmpasen: de zondag vóór Pasen, herdenking van de intocht in Jeruzalem.
  • Witte Donderdag (Maundy Thursday): herdenking van het laatste avondmaal.
  • Goede Vrijdag: herdenking van de kruisiging van Jezus.
  • Stille Zaterdag: dag van wachten en rouw, in de avond vaak de paaswake.
  • Paaszondag: viering van de opstanding; veel kerken houden een feestelijke viering, soms bij zonsopgang.
  • Paasmaandag: in veel landen een officiële vrije dag en een voortzetting van de viering.

Liturgisch worden voor Palmpasen tot en met Pasen specifieke lezingen, psalmen en hymnen gebruikt. De paasmis of -dienst is vaak feestelijker en gebruikt kleuren als wit of goud om vreugde en wederopstanding uit te drukken. In veel tradities is er ook de paaswake op de avond van Stille Zaterdag met doop- en wijdingsrituelen.

Tradities en gebruiken

Door de eeuwen heen hebben zich allerlei religieuze en volkse gebruiken rond Pasen ontwikkeld. Enkele veelvoorkomende tradities zijn:

  • Paaseieren: eieren symboliseren nieuw leven en vruchtbaarheid. Ze worden vaak versierd (zoals het Oekraïense pysanky), geschilderd, verstopt voor speurtochten (egg hunts) of gebruikt bij spelletjes zoals eierrollen of eierbotsen.
  • Paashaas: een folkloristisch figuur die eieren of snoep brengt, vooral populair in Duitstalige en westerse landen; de traditie is deels volkstraditie en populair bij kinderen.
  • Speciale paasgerechten: in veel landen worden bepaalde gerechten met Pasen geassocieerd, zoals lam (symbool van Christus als het Lam van God), zoete broden en gebak (bijvoorbeeld Griekse tsoureki, Oost-Europese paska, Engelse hot cross buns) en chocolade-eieren.
  • Processies en markten: in sommige regio's zijn er plechtige processies, dramatiseringen van de kruisweg of paasmarkten.
  • Regionale gebruiken: voorbeelden zijn het Poolse Śmigus-Dyngus (watergebruiken op paasmaandag), paasvuren in delen van Noord-Europa en speciale optochten of concerten.

Variatie tussen kerken en culturen

Hoewel de kernboodschap van Pasen universeel is voor christenen, verschillen vieringswijze, rituelen en datumberekening per denominatie en regio. Orthodoxe kerken volgen vaak andere kalenderregels en hebben daardoor soms een andere paasdatum dan westerse kerken. Culturele tradities zoals de paashaas, eierdecoratie of specifieke feestmaaltijden variëren sterk tussen landen en zelfs tussen regio's binnen landen.

Samenvattend is Pasen zowel een diep religieus hoogfeest dat draait om de opstanding en hoop, als een culturele periode met diverse volksgebruiken en familievieringen. De combinatie van liturgische plechtigheid en populaire tradities maakt Pasen tot een van de meest zichtbare en betekenisvolle feestperiodes in veel samenlevingen.