Het Russische Rijk, ook wel keizerlijk Rusland genoemd, was een land dat zich zowel in Europa als in Azië bevond. Het begon in 1721 toen Peter I van Rusland het uitvaardigde. Daarvoor stond het bekend als het hertogdom Moskou. Het duurde tot het in maart 1917 na de Russische Revolutie tot republiek werd uitgeroepen. Het was een absolute monarchie die geregeerd werd door Russische keizers die bekend staan als 'Tsaren'. Zij waren lid van het Huis van Romanov en geloofden dat zij het goddelijke recht van koningen over hun volk hadden.

In 1914 besloeg het Russische Rijk een oppervlakte van ongeveer 21.799.825 km². In 1897 had het een bevolking van 128.200.000 (1897 jaar). De officiële taal was het Russisch. De officiële kerk was de Russisch-orthodoxe kerk.

Het Russische Rijk werd geleid door een tsaar die de volledige controle over de natie had. In deze absolute monarchie kon alleen de tsaar wetten maken en intrekken. In 1905 verleende de tsaar een nieuwe grondwet waarin hij enige macht deelde met een gedeeltelijk gekozen Doema (parlement). Het Russische Rijk was een grote macht, en een van de grootste rijken die ooit hebben bestaan.