In de orkestrale prelude horen we eerst melodieën (motieven) die we in De Apostelen hoorden. Er zijn motieven die het verdriet van Jezus weergeven, en één voor Petrus, een ander die het nieuwe geloof, Christus de Verlosser, vertegenwoordigt en de prelude eindigt met het horen van deze laatste twee tegelijk.
Deel I gaat over de Apostelen en Heilige Vrouwen die elkaar ontmoeten na Christus' Hemelvaart. Mattheus wordt gekozen om Judas' plaats in te nemen.
Deel II is vrij kort. Maria (de moeder van Christus) en Maria Magdalena praten over een verlamde man en herinneren zich hoe Jezus blinden en verlamden genas.
Deel III gaat over Pinksteren. Toen kwam de Heilige Geest naar beneden en gaf de apostelen het vermogen om alle talen te spreken, zodat ze iedereen in de wereld over Jezus konden vertellen. Petrus zegt tegen iedereen dat ze zich moeten laten dopen in de naam van de Heer.
Deel IV Johannes zingt een groot duet met Petrus. Ze preken voor de menigte over Jezus' opstanding, dus worden ze gearresteerd. Na hun arrestatie bidt Maria voor de twee mannen (dit staat niet in de Bijbel, het was Elgars idee).
Deel V Het openingskoor klinkt in een andere vorm. De apostelen en de heilige vrouwen gaan ter communie en zingen het Onze Vader. Christus de Verlosser verschijnt, en het werk eindigt met het thema van het nieuwe geloof. De muziek eindigt niet in een luide uitbarsting van glorie, maar rustig en vredig.