In de DDR zelf werden enkele oppositionele groepen opgericht, bijvoorbeeld het Neues Forum ("Nieuw Forum"), de Demokratischer Aufbruch ("Democratisch ontwaken") of Demokratie Jetzt ("Democratie Nu").
Sinds oktober 1989 waren er veel demonstraties tegen de SED en voor democratie en mensenrechten. In de stad Leipzig kwamen de mensen elke maandag bijeen in een kerk die Nikolaikirche heet. Ze baden voor vrede en vrijheid, en daarna gingen ze naar buiten om te demonstreren. Deze demonstraties worden Montagsdemonstrationen ("Maandagdemonstraties") genoemd.
Op 7 oktober 1989 was er de 40ste "verjaardag" van de DDR. De SED hield grote feesten en festivals in Oost-Berlijn en andere steden. Tegelijkertijd protesteerden veel mensen op straat, en meer dan 1.000 van hen werden gearresteerd. In Plauen, in het zuiden van Oost-Duitsland, kwamen veel mensen bijeen voor een demonstratie. Twee dagen later, op 9 oktober, was er de volgende maandagdemonstratie in Leipzig. Ongeveer 70.000 mensen trokken vreedzaam door het stadscentrum, en de politie of de staatsveiligheid (Stasi) deden niets om hen tegen te houden.
Op 18 oktober besloten de belangrijkste leiders van de SED dat hun voorzitter, Erich Honecker, moest aftreden. Egon Krenz werd de nieuwe leider van de SED (Generalsekretär des Zentralkomitees der SED, "algemeen secretaris van het centraal comité van de SED") en staatshoofd (Staatsratsvorsitzender, "voorzitter van de Staatsraad"). Hij zei dat hij een "Wende" wilde beginnen, maar de demonstranten wilden nog steeds dat de SED alle macht uit handen gaf.