De kosmische afstandsschaal (ook wel extragalactische afstandsschaal genoemd) is de manier waarop sterrenkundigen de afstand van objecten in de ruimte meten. Geen enkele methode werkt voor alle objecten en afstanden, dus gebruiken astronomen een aantal methoden.

Een echte directe afstandsmeting van een astronomisch object is alleen mogelijk voor die objecten die dicht genoeg bij de aarde staan (binnen ongeveer duizend parsecs). Het zijn de grotere afstanden die het probleem vormen. Verscheidene methoden berusten op een standaardkaars, d.w.z. een astronomisch object met een bekende standaardlichtsterkte.

De ladder-analogie ontstaat omdat geen enkele techniek afstanden kan meten op alle afstanden die in de astronomie voorkomen. In plaats daarvan kan één methode worden gebruikt om afstanden dichtbij te meten, een tweede om afstanden dichtbij tot tussenliggende afstanden te meten, enzovoort. Elke sport van de ladder levert informatie op die kan worden gebruikt om de afstanden op de volgende sport te bepalen.