Deel één
De roman begint met een brief van Lady Howard aan haar vriend, de Eerwaarde Arthur Villars. In de brief zegt Lady Howard dat Madame Duval (de grootmoeder van Evelina) naar Engeland gaat om haar kleindochter Evelina weer te zien. In zijn antwoord vertelt dominee Villars haar over Evelina's geschiedenis. 18 jaar geleden was Mme Duval erg boos op haar dochter Caroline, Evelina's moeder, toen deze er met Sir John Belmont vandoor ging. Nadat zij getrouwd waren, verbrandde Sir John Belmont de huwelijkspapieren, en zei dat het hetzelfde was alsof zij nooit getrouwd waren. Ongelukkig ging zij terug naar dominee Villars, die haar had opgevoed, zoals hij nu Evelina had opgevoed. Daar baarde zij Evelina, en stierf. Dominee Villars is bang dat Mme Duval Evelina een schandelijke dood zal laten sterven, zoals haar moeder Caroline.
Dominee Villars wil Evelina weghouden van Mme Duval, dus laat hij haar het huis van Lady Howard bezoeken. Terwijl ze daar is, krijgen ze het nieuws dat Lady Howard's schoonzoon, kapitein Mirvan, terugkomt naar Engeland. Evelina wil zien hoe het in Londen is, en vraagt dominee Villars of ze daarheen mag gaan. Helaas, de dominee zegt ja.
In Londen wordt men aangetrokken door Evelina's schoonheid en twijfelachtige geboorte. Evelina is intelligent, maar zeer onervaren en kent de regels van de Londense samenleving van de 18e eeuw niet. Hierdoor maakt ze veel fouten. Ze wordt verliefd op Lord Orville, een knappe, bescheiden en beleefde man. Een andere man, Sir Clement Willoughby, is verliefd op Evelina, maar haar geboorte en zijn karakter zorgen ervoor dat hij met haar probeert te flirten in plaats van met haar te willen trouwen. Evelina is verward en in verlegenheid gebracht door zijn gedrag, maar weet niet hoe ze hem kan stoppen.
In Londen is Evelina erg verbaasd als ze haar grootmoeder en enkele van haar neven, de Branghtons, ontmoet. Ze schaamt zich voor hun onbeleefde gedrag en denkt dat Lord Orville nooit van haar zal houden. De Mirvans keren terug naar het platteland, Evelina met zich meenemend.
Zowel Evelina als de dominee zijn ongelukkig met de wens van Mme Duval om Sir John Belmont aan te klagen. Lady Howard schrijft in plaats daarvan naar Sir John Belmont en vertelt hem over Evelina. Evelina wacht angstig op het antwoord.
Tweede deel
Sir Clermont Willoughby komt naar Lady Howard's huis zonder te zijn uitgenodigd. Hij en kapitein Mirvan verkleden zich als rovers om een truc uit te halen met Mme Duval, die door kapitein Mirvan wordt gehaat. Ze vertellen haar dat M. Du Bois, haar vriend, in de gevangenis zit. Bang als ze is, gaat ze met Evelina kijken of het waar is. Terwijl kapitein Mirvan Mme Duval in een greppel gooit en vastbindt, praat Sir Clement Willoughby onder vier ogen met Evelina. Evelina heeft veel medelijden met Mme Duval, en probeert kapitein Mirvan te laten ophouden met zijn streken, maar hij wordt alleen maar boos. Sir Clermont Willoughby biedt aan weg te gaan uit Lady Howard's huis, en vertrekt, tot Evelina's tevredenheid.
Kort na zijn vertrek, ontvangt Lady Howard een brief van Sir John Belmont. Hij zegt dat hij al een dochter van Caroline aan het opvoeden is, en dat zij zijn geld zal erven. Evelina is erg in de war, en Mme Duval is woedend. Ze bezoekt dominee Villars en zegt dat ze Evelina moet meenemen om Sir John Belmont aan te klagen. De dominee zegt nee. Dan dreigt ze dat als Evelina niet bij haar in Londen gaat wonen, ze Evelina haar geld niet zal geven als ze sterft. "Voor mij leek dit dreigement van weinig belang," schrijft de dominee, "maar...mijn schroom (angst, verlegenheid, twijfel) over het recht dat ik heb om haar een zo groot fortuin te ontnemen...bracht mij ertoe naar haar voorstel te luisteren". Hij zegt Evelina voorzichtig te zijn, en "...niet alleen te oordelen maar...ook zelf te handelen". Evelina gaat met Mme Duval terug naar Londen.
Evelina woont bij de familie Branghton, en is erg ongelukkig. Mme Duval is erg boos als ze ontdekt dat ze door kapitein Mirvan is bedrogen, wanneer ze M. Du Bois in het huis van de Branghton's aantreft. Bij de Branghtons ontmoet ze een arme, melancholieke Schotse dichter, meneer Macartney, en ziet hem met een pistool in zijn handen zeggen: "O God, vergeef me!" Ze denkt dat hij zelfmoord wil plegen, houdt hem tegen en roept: "O heer, heb medelijden met uzelf!" Later ontdekt ze dat hij van plan was mensen te beroven door ze bang te maken met zijn geweren in ruil voor geld, omdat de Branghtons hadden gedreigd hem in de gevangenis te stoppen als hij geen geld betaalde om in hun huis te verblijven. Hij was verliefd geworden op een dame, maar de vader van de dame was zo boos geweest, dat ze hadden gevochten, en de vader was ziek geworden. Toen hij dit aan zijn moeder vertelde, vertelde zij hem dat de vader van de dame eigenlijk zijn vader was, die hen lang geleden had verlaten - de dame die hij had bemind was dus eigenlijk zijn zuster! Evelina geeft hem haar eigen geld, en sluit vriendschap met hem.
Ze is echter erg verdrietig met de Branghtons. Eens, bezochten zij Marybone, een pleziertuin. Daar werd Evelina aangevallen door een dronken matroos en gered door prostituees. Terwijl ze bij de prostituees is, ontmoet ze Lord Orville weer. Zij is zeer verrast wanneer hij haar komt bezoeken in het onmodieuze deel van Londen en opnieuw vriendelijk voor haar is. Later gebruiken de Branghtons Evelina's naam om in Lord Orville's koets te rijden, waarbij ze zelfs het glas breken. Ontzet schrijft Evelina een brief aan Lord Orville waarin ze zegt dat het haar spijt voor wat de Branghtons hebben gedaan, en dat de Branghtons haar naam hebben gebruikt zonder het haar te vertellen. Ze is geschokt als ze een beledigend antwoord krijgt van Lord Orville. "Oh...hoe ben ik bedrogen in deze man!" Kort daarna keert ze terug naar dominee Villars. Daar wordt ze erg ziek. Ongerust stuurt de dominee haar naar Bristol Hotwells, een vakantieoord op Clifton Hill, bij haar "uiterst slimme" buurvrouw, Mrs. Selwyn.