Titan is de enige maan in het zonnestelsel die een dikke atmosfeer heeft (de gassen die een planeet of maan omgeven). Nadat het ruimtevaartuig Voyager I de maan op 12 november 1979 bezocht, toonde het aan dat het oppervlak van Titan (het maanniveau) schuilgaat onder een atmosfeer die 900 km dik is. Voordien dacht iedereen dat Titan de grootste maan in het zonnestelsel was. Nu weten we dat het de op één na grootste maan is, na Ganymedes, een van de manen van Jupiter.
Titan is kleiner dan Ganymedes, maar toch ongeveer even groot. Hij is ook bijna even groot als de iets kleinere Callisto, een andere maan van Jupiter. Titan is niet alleen een grote maan, hij is zelfs groter dan de planeet Mercurius, maar hij heeft ook maar half zoveel massa (hij is veel lichter). Omdat Titan niet veel massa heeft, denken wetenschappers dat Titan gemaakt is van materie die niet erg zwaar is, met name bevroren water en ammoniak. Sommige wetenschappers denken dat er onder het oppervlak veel vloeibaar water en ammoniak zit, genoeg om een hele oceaan te vullen. Deze wetenschappers denken dat er zich in deze oceaan een vorm van leven zou kunnen bevinden.
In het centrum van Titan bevindt zich een rotsachtige kern van ongeveer 3400 km dik. Deze kern bestaat uit silicaten en metalen. De zwaartekracht (de kracht die alles aan de grond houdt) is een stuk zwakker dan hier op aarde. Als je op aarde 1 meter hoog zou kunnen springen, zou je dat op Titan 7 meter hoog kunnen.