Betts v. Brady, 316 U.S. 455 (1942), was een baanbrekende zaak die in 1942 door het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten werd beslist. De zaak had te maken met "indigent" (arme) mensen die terechtstonden voor misdaden, maar niet genoeg geld hadden om een advocaat te betalen. Het Hof oordeelde dat een persoon geen advocaat nodig heeft om een eerlijk proces te krijgen. Het Hof oordeelde ook dat de staten niet hoefden te betalen voor gratis advocaten voor arme verdachten.

In 1963 keerde het Hof zijn beslissing in Betts om toen het Gideon v. Wainwright, 372 U.S. 335 (1963) besliste.