De titel van dit artikel bevat het teken ß. Wanneer het niet beschikbaar of niet gewenst is, mag de naam worden geschreven als Arthur Seyss-Inquart.

Arthur Seyß-Inquart (geboren als Arthur Seyß op 22 juli 1892-16 oktober 1946) was een vooraanstaand jurist en later nazi-ambtenaar in het Oostenrijk van vóór Anschluß, het Derde Rijk en in Duitsland, Polen en Nederland in oorlogstijd. Seyß-Inquart werd terechtgesteld tijdens de processen van Neurenberg wegens misdaden tegen de menselijkheid.

Vroege leven en juridische loopbaan

Arthur Seyß-Inquart werd op 22 juli 1892 geboren en studeerde rechten. Hij bouwde een carrière op als jurist en ambtenaar en werkte later als adviseur en minister in Oostenrijkse regeringskringen. Zijn juridische achtergrond en administratieve ervaring maakten hem tot een nuttige schakel tussen conservatieve Oostenrijkse elites en de Duitse nationaalsocialistische machthebbers.

Rol bij de Anschluss en korte kanselierschap

In de aanloop naar de Anschluss van maart 1938 speelde Seyß-Inquart een belangrijke politieke rol. Door zijn nauwe contacten met Duitse machthebbers en zijn samenwerking met de Oostenrijkse nazi's werd hij in maart 1938 kort benoemd tot kanselier van Oostenrijk, direct voorafgaand aan de annexatie door Duitsland. Zijn benoeming droeg bij aan de formele opname van Oostenrijk in het Derde Rijk.

Functies binnen het Derde Rijk en in bezette gebieden

Na de Anschluss trad Seyß-Inquart in dienst van het naziregime en werd hij betrokken bij bestuurlijke en politieke functies binnen het Duitse rijk en in bezette gebieden. Een van zijn bekendste posten was die van Reichskommissar van de bezette Nederland (1940–1945), waar hij het civiele bestuur van de bezetter leiding gaf. In die functie voerde hij het Duitse beleid uit, waaronder maatregelen tegen tegenstanders van het regime en tegen Joodse burgers.

Verantwoordelijkheid voor repressie en deportaties

Onder het bewind van Seyß-Inquart in Nederland werden systematisch anti‑Joodse maatregelen doorgevoerd en werden vele inwoners van Joodse afkomst opgepakt en gedeporteerd naar vernietigingskampen. Het Nederlandse Joodse bevolkingsaantal vóór de oorlog lag op ongeveer 140.000; ongeveer 107.000 van hen werden gedeporteerd, waarvan een zeer groot deel niet terugkeerde. Als hoogste civiele autoriteit in de bezette Nederlanden droeg Seyß-Inquart bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van die deportaties en andere repressieve maatregelen.

Proces van Neurenberg en veroordeling

Na de Duitse capitulatie werd Arthur Seyß-Inquart gearresteerd en in 1945–1946 als één van de verdachten berecht tijdens de processen van Neurenberg. Hij werd aangeklaagd voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Het tribunaal oordeelde dat Seyß-Inquart schuldig was aan deze misdrijven en veroordeelde hem tot de doodstraf. Hij werd op 16 oktober 1946 geëxecuteerd.

Nazorg en historisch oordeel

Historici wijzen op de rol van Seyß-Inquart als voorbeeld van een jurist en ambtenaar die zijn juridische en administratieve vaardigheden inzette om politieke en raciale vervolging mogelijk te maken. Zijn zaak belicht de verantwoordelijkheid van bestuurders en ambtenaren bij het organiseren en uitvoeren van staatsgeweld. De naam van Seyß-Inquart blijft symbool staan voor bestuurlijke medeplichtigheid aan het nationaalsocialistische regime en de Holocaust.

Kort overzicht

  • Geboorte: 22 juli 1892
  • Belangrijkste functie: Reichskommissar in bezet Nederland (1940–1945)
  • Proces en vonnis: Veroordeeld bij de processen van Neurenberg; geëxecuteerd op 16 oktober 1946
  • Historische betekenis: Juridisch onderlegde ambtenaar die medeverantwoordelijk was voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid

Opmerking: de naam van Seyß-Inquart wordt in verschillende bronnen ook geschreven als Arthur Seyss-Inquart wanneer het teken ß niet wordt gebruikt.