Carnotaurus was een roofzuchtige dinosaurus die 70 miljoen jaar geleden leefde. Het was een grote theropode die leefde in Zuid-Amerika tijdens het Boven-Krijt tussen ongeveer 72 en 70 miljoen jaar geleden. Hoewel er slechts één goed bewaard skelet bestaat, is het een van de best begrepen theropoden van het zuidelijk halfrond. Het skelet, gevonden in 1984, werd blootgelegd in de provincieChubut van Argentinië.
Carnotaurus is een lid van de Abelisauridae, een groep grote theropoden. De Abelisauridae waren een familie van grote theropoden die alleen leefden op het oude zuidelijke supercontinent Gondwana. Zij waren de dominante roofdieren in het latere Krijt van Gondwana. Zij namen de ecologische plaats in die de tyrannosauriden in de noordelijke continenten innamen.
Ontdekking en naamgeving
Het vrijwel complete skelet van Carnotaurus werd in 1984 opgegraven en kort daarna beschreven (door onder anderen de Argentijnse paleontoloog José Bonaparte). De wetenschappelijke naam verwijst naar de opvallende hoorns boven de ogen: "Carno" (vlees) en "taurus" (stier). Het type-exemplaar is een van de weinige goed bewaarde abelisauride-skeletten, waardoor wetenschappers veel over bouw en levenswijze konden afleiden.
Uiterlijk en bijzondere kenmerken
- Grootte: Carnotaurus wordt geschat op ongeveer 7–9 meter lengte en een gewicht rond 1,5–2 ton, afhankelijk van de berekening.
- Schedel en hoorns: de schedel is relatief kort en hoog, met boven de ogen twee duidelijke, naar voren gerichte hoornachtige uitsteeksels. Deze hoorns bestonden uit verdikte schedelbeenderen en waren waarschijnlijk zichtbaar bij levende dieren.
- Armen: de voorpoten waren extreem gereduceerd en voor alle praktische doeleinden niet functioneel als grijpinstrument. De schouders en onderarmen lijken sterk gereduceerd in vergelijking met andere theropoden.
- Benende bouw en staart: de achterpoten waren krachtig en wijzen op een tweevoetige, rechtopstaande gang. De staart was stijf en waarschijnlijk goed uitgebalanceerd om bewegingen en wendingen mogelijk te maken.
Huid, schubben en ornamenten
Bij het fossiel van Carnotaurus zijn ook huidafdrukken gevonden. Die tonen een oppervlak met niet-overlappende, pukkelige schubben en rijen van grotere, knobbelachtige osteodermen (harde huidknobbels), vooral op hals en romp. Deze huidstructuur suggereert dat Carnotaurus een ruwe, gegroefde huid had en dat de hoorns en knobbels mogelijk een rol speelden bij soortherkenning, seksuele selectie of in- en soortinteracties.
Leefwijze en dieet
Als grote roofdier jaagde Carnotaurus waarschijnlijk op middelgrote tot forse prooien in zijn leefgebied: andere dinosauriërs zoals ornithopoden en jongere sauropoden of kleine titanosaurs die in Zuid-Amerika voorkwamen. Karakteristieken van de schedel en tanden duiden op een krachtige beet, al zijn er uiteenlopende interpretaties: sommige onderzoekers suggereren een klappende beet met sterke zijwaartse krachten, anderen zien meer specialisatie voor het bijten en schudden van prooien. Of Carnotaurus een pure jager was of ook aas at, blijft onderwerp van onderzoek.
Snelheid en beweging
Modelstudies en vergelijking van de achterpootlengte suggereren dat Carnotaurus relatief snel en wendbaar kon zijn vergeleken met sommige andere grote theropoden. Schattingen van maximale snelheid lopen uiteen, en hangen af van aannames over spiermassa en lichaamsopbouw. Over het algemeen wordt aangenomen dat hij in staat was om korte, snelle bursts van snelheid te realiseren om prooien te achtervolgen of te verrassen.
Relatie binnen de Abelisauridae
Carnotaurus behoort tot de Abelisauridae, een groep die kenmerkend is voor Gondwana. Binnen de familie heeft Carnotaurus kenmerken gemeen met andere Zuid-Amerikaanse en Indo-Madagaskische abelisauriden, zoals compacte schedels, gereduceerde voorpoten en specifieke details in de wervelbouw. Deze overeenkomsten duiden op een gewone evolutionaire ontwikkeling onder de op dat moment geïsoleerde zuidelijke fauna.
Paleo-omgeving en ecologie
Het leefgebied van Carnotaurus bestond uit open vlakten en rivierdalen in wat nu Patagonië is. Het klimaat in het Boven-Krijt was warm en vochtig met een rijke fauna; naast abelisauriden leefden er onder meer sauropoden, ornithopoden en verschillende andere groepen dinosauriërs en hoofdgroepen van reptielen en zoogdieren. Carnotaurus maakte deel uit van een ecosysteem waarin abelisauriden vaak de plaats van dominante terrestrische roofdieren innamen.
Belang voor de wetenschap
Het goed bewaarde skelet van Carnotaurus heeft veel bijgedragen aan het begrip van abelisauride-anatomie en -biologie. Vooral de combinatie van skeletdetails en huidafdrukken maakte het mogelijk reconstructies te verbeteren en gedrag en uiterlijk beter in te vullen. Carnotaurus speelt ook een rol in publieke beeldvorming van Zuid-Amerikaanse dinosauriërs en verschijnt geregeld in boeken, musea en documentaires.
Korte samenvatting
- Periode: Boven-Krijt (ongeveer 72–70 miljoen jaar geleden)
- Vindplaats: provincie Chubut, Argentinië
- Groep: Abelisauridae (grote theropoden van Gondwana)
- Kernmerken: korte, hoge schedel met hoorns, extreem gereduceerde voorpoten, ruwe huid met knobbels
Dankzij het unieke en compleet bewaarde exemplaar is Carnotaurus één van de sleutelgenera voor het bestuderen van Zuid-Amerikaanse roofdinosauriërs en levert het waardevolle inzichten in de diversiteit en aanpassing van abelisauriden in het laatste deel van het Krijt.

