Bestek verwijst naar gereedschap dat wordt gebruikt voor het bereiden, serveren en eten van voedsel. De meest voorkomende soorten bestek zijn messen, lepels en vorken. Andere woorden voor bestek zijn zilverwerk, serviesgoed, gebruiksvoorwerpen en bestek.
De beste kwaliteit van het bestek mag dan wel van zilver zijn, maar vaker nog van verzilvering. Roestvrij staal wordt gebruikt voor de meeste huishoudelijke bestekken van goede kwaliteit. In het verleden werd tin vaak gebruikt voor goedkoop bestek. Nikkelzilver, ook wel Duits zilver genoemd, is een andere legering, met koper, nikkel en zink erin. Plastic bestek wordt gebruikt voor het eten van fastfood, omdat het erg goedkoop is, en kan achteraf worden weggegooid.
De bediening en het gebruik van het bestek verschilt enigszins van cultuur tot cultuur. Bij formele diners wordt het bestek op een traditionele manier opgesteld. Er zijn twee sets messen en vorken, een buitenste kleinere set voor het eerste gerecht en een grotere binnenste set voor het hoofdgerecht. Bestek voor latere gangen wordt meestal bij deze gangen geleverd. In een informeel restaurant kan het bestek in een stoffen servet (servet) verpakt worden.
Chinees en Japans eten wordt gegeten met eetstokjes, en voedsel wordt voorgesneden op een maat die geschikt is voor die methode. Sommige andere Oosterse keukens worden met vork en lepel gegeten, zonder mes.


