In de 15e eeuw zocht men in West-Europa naar handelsroutes tussen Indië en Europa, omdat de oude handelsroute voor specerijen te moeilijk en te lang was. De prijzen waren ook hoog omdat groepen kooplieden de handel controleerden en konden vragen wat zij wilden. Vasco da Gama had een route rond Afrika gevonden die aan
Portugal toebehoorde. Sommige geografen dachten dat de wereld zo klein was, dat schepen naar het westen rond de wereld konden varen om Oost-Azië te bereiken. De Genuese zeekapitein Christoffel Columbus haalde koningin
Isabella van Castilië over om een expeditie hiertoe te financieren.
In augustus 1492 verliet Columbus Zuid-Spanje met drie schepen: Nina, Pinta en Santa Maria. Op 12 oktober, na weken op zee, bereikten de schepen een eiland in de Bahamas. Columbus noemde dit eiland San Salvador. Hij dacht dat het een eiland van India was, dus noemde hij de mensen "Indianen". Columbus voer vervolgens verder het Caribisch gebied in en bereikte Cuba, waar hij mensen tabak zag roken. Daarna zeilde hij terug naar Spanje. De koning en koningin gaven Columbus veel eerbewijzen.
Op zijn latere reizen nam Columbus meer manschappen mee, waaronder missionarissen. De schepen namen ook boerderijdieren en voorraden mee om kolonies te stichten. Hij stichtte een nieuwe nederzetting op een eiland dat nu de Dominicaanse Republiek is.
Nadat zij zich realiseerden dat zij een "Nieuwe Wereld" hadden gevonden, maar geen nieuwe route naar Azië, was het de belangrijkste taak van de Spanjaarden om de nieuwe landen te veroveren. De conquistadores hadden toestemming van de koningin om de Nieuwe Wereld te verkennen en te veroveren.
Spaanse conquistadores versloegen met slechts een paar honderd soldaten grote indianenrijken. In 1519 trok Hernando Cortes met een paar honderd soldaten de hoofdstad van de Azteken binnen en verwoestte uiteindelijk de stad, die later werd herbouwd als Mexico Stad. Francisco Pizarro was in staat om het Inca Rijk te veroveren. De Spanjaarden wonnen om verschillende redenen. De Indianen dachten dat ze goden waren en ze waren bang voor paarden en geweren. De Indianen vochten ook tegen elkaar.