De Egyptische landbouw in de oudheid was waarschijnlijk de eerste die op grote schaal werd beoefend. Zij verbouwden basisvoedselgewassen. Hiertoe behoorden granen als emmer (een tarwesoort) en gerst. Het vroegste bewijs van irrigatie in het Nijlgebied dateert van ongeveer 3100 v. Chr.

Ze verbouwden ook vlas voor kleding en olie. Boomgaarden en groentetuinen waren ook gebruikelijk. In tegenstelling tot andere gewassen werden deze niet verbouwd in de gebieden die elk jaar door de Nijl overstroomd werden. Landbouw was de basis van de oude Egyptische economie. Het gaf werk en voedsel aan de bevolking. Het was een bron van rijkdom voor de elite van Egypte. Egypte was de korenschuur (belangrijkste leverancier van voedsel) voor een groot deel van de oude wereld.