Nautilus is de gewone naam voor koppotigen van de familie Nautilidae. Het zijn de enige nog levende leden van de subklasse Nautiloidea. Qua uiterlijk zijn ze in miljoenen jaren weinig veranderd; daarom wordt de term gekamerde nautilus ook gebruikt voor alle soorten van de Nautilidae. Veel biologen beschouwen ze als "levende fossielen", omdat zij de enige levende afstammelingen zijn van de groep waaruit de ammonieten in het paleozoïcum zijn voortgekomen.

Uiterlijk en schelpopbouw

Nautilussen hebben een opvallend, spiraalvormig en gepartitioneerd (gekamerd) extern schild van aragoniet. De binnenkant van de schalen bestaat uit meerdere kamers; het dier leeft in de grootste, buitenste kamer. Tussen de kamers zitten dunne scheidingswanden (septen). Een buisvormige structuur, de siphuncle, loopt door de kamers en regelt via gas- en vochtuitwisseling het drijfvermogen, waardoor de nautilus kan stijgen of dalen in het water.

Anatomie en kenmerken

  • Het lichaam heeft een zachte mantel met een harde schelp en een afsluitbare hood waarmee de nautilus de schelpopening kan afsluiten.
  • De radula is breed en heeft typisch negen tanden; die helpt bij het grijpen en verwerken van voedsel.
  • Ze hebben twee kieuwen, waarmee ze zuurstof uit het water opnemen.
  • In tegenstelling tot veel andere koppotigen hebben nautilussen geen inktzak en ook geen zuignappen op de tentakels: hun tientallen (tot ongeveer 60–90) tentakels zijn kleverig en dienen om prooien vast te houden en voor sensoriek.
  • Het zenuwstelsel is eenvoudiger dan dat van moderne inktvissen en octopussen, maar goed aangepast aan hun levenswijze.

Leefwijze en gedrag

Nautilussen zijn overwegend nachtactief. Overdag verblijven ze vaak dieper op rotsachtige hellingen en in grotten, en 's nachts zwemmen en drijven ze naar ondieper water om te foerageren. Ze gebruiken hun tentakels om voedsel te voelen en vast te houden, en bewegen zich voort door water uit te stuwen (jetpropulsie), gecombineerd met langzaam kruipen over de ondergrond.

Voeding

Ze zijn opportunistische vleeseters en aaseters: ze voeden zich met kreeftachtigen, krabben, kleine vissen en dood organisch materiaal. Dankzij hun sterke bek en radula kunnen ze harde delen van prooien openen of inslikken.

Voortplanting en levenscyclus

Nautilussen planten zich geslachtelijk voort en hebben een trage levenscyclus. Veel soorten bereiken pas na jaren de geslachtsrijpheid. Vrouwtjes leggen relatief weinig, maar grote eieren met direct ontwikkelende jongen: er is geen vrijzwemmende larve (geen planktonische fase). De eieren worden vaak vastgehecht aan harde ondergrond en kunnen lang incuberen (maanden tot meer dan een jaar), waarna kleine nautilussen als miniversies van de volwassenen tevoorschijn komen.

Verspreiding en habitat

Nautilussen komen voor in de tropische en subtropische Indo-Pacific: rond koraalriffen, steile hellingen van eilandcontouren, seamounts en dieper water. Ze leven doorgaans op dieptes variërend van enkele tientallen meters tot honderden meters, met verticale migraties tussen dag- en nachtniveaus.

Soorten en grootte

Vandaag worden er ongeveer zes levende soorten erkend, verdeeld over twee geslachten (Nautilus en Allonautilus), maar de exacte classificatie blijft onderwerp van lopend onderzoek. De bekendste en grootste soort is Nautilus pompilius, onder andere aangetroffen rond West-Australië (West-Australië,), die tot circa 25–30 cm in doorsnee kan bereiken. De meeste andere nautilussen blijven kleiner (ongeveer 15–20 cm). De soort Nautilus macromphalus is een van de kleinste en wordt vaak rond de 16 cm gemeten. Maten variëren echter per populatie en soort.

Fossiele achtergrond

De groep van nautiloïden is zeer oud: ze verschenen al in het Cambrium en waren in het Palaeozoïcum wijdverspreid. In tegenstelling tot veel uitgestorven verwanten hebben de moderne nautilussen relatief eenvoudige schelpmotieven en eenvoudige sutuurlijnen, terwijl ammonieten complexere sutureerden vertoonden. Hun continuïteit door miljoenen jaren is de reden dat ze als levende fossielen worden aangeduid.

Bedreigingen en bescherming

Nautilussen worden door overbevissing (voor hun mooie schelpen), bijvangst en habitatverstoring bedreigd. Ook klimaatverandering en verzuring van de oceanen kunnen hun schelpen nadelig beïnvloeden. Om de handel in nautilusschelpen te reguleren en overexploitatie tegen te gaan, zijn sommige nautiluspopulaties internationaal onder toezicht geplaatst; in 2016 zijn soorten uit de familie Nautilidae op de CITES-lijst (Appendix II) gezet om handel te reguleren. Lokale beschermingsmaatregelen en duurzame visserijpraktijken zijn belangrijk om populaties te behouden.

Relatie met mensen

De spiraalschelpen hebben lange tijd belangstelling gewekt bij verzamelaars en culturen vanwege hun symmetrische, esthetische vorm. In de wetenschap zijn nautilussen waardevol voor onderzoek naar evolutie, morfologie en levensstrategieën van koppotigen. In gevangenschap houden blijkt moeilijk: ze zijn gevoelig voor stress, vereisen ruime, diepe tanks en specifieke voeding en watercondities.

Samengevat zijn nautilussen unieke, langzaam ontwikkelende koppotigen met een karakteristieke kamerschelp en eenvoudige anatomie die hen onderscheidt van moderne inktvissen. Hun kwetsbare levenswijze en economische waarde maken bescherming en goed beheer noodzakelijk om deze levende overblijfselen van een oud marien verleden te behouden.