Het verhaal zou zich afspelen in het jaar 1911. Het begint in München, en verplaatst zich dan naar Venetië. De opera is verdeeld in twee bedrijven.
Akte I
Aschenbach is een beroemde Duitse schrijver. Hij wordt oud en begint het moeilijk te vinden om nieuwe ideeën voor verhalen te bedenken. Als hij in München wandelt, stopt hij voor een kerkhof. Hij ziet een reiziger die duidelijk uit een ander land komt. Dit doet hem denken dat hij ergens heen moet reizen om nieuwe ideeën voor zijn boeken op te doen.
Hij neemt een boot naar Venetië. Op de boot kijkt hij naar een groep jonge mensen. Hun leider loopt te pronken. Aschenbach realiseert zich dat, hoewel hun leider er jong uitziet, hij in feite oud is. Hij heeft zich gekleed en make-up gebruikt om er jong uit te zien. Aschenbach mag hem niet.
In Venetië neemt hij een gondel, maar de schipper brengt hem niet waar hij heen wil. Aschenbach protesteert eerst, maar de schipper trekt zich er niets van aan.
Aschenbach komt aan in het hotel. In het hotel kijkt hij naar de mensen die naar beneden komen voor het diner. Plotseling ziet hij Tadzio. Tadzio is een jonge Poolse jongen die ongelofelijk mooi is. Aschenbach beseft dat het dom van hem is om liefde voor de jongen te voelen, maar hij kan de jongen niet uit zijn gedachten krijgen.
Aschenbach kijkt toe hoe Tadzio op het zandstrand speelt. Wanneer hij merkt dat de jongen (zoals veel Polen) de Russische gasten haat, realiseert hij zich dat de jongen toch niet helemaal perfect is.
Aschenbach loopt door de straten van Venetië. Overal vragen bedelaars hem om geld. Er komt een vreselijke stank uit het water van de grachten. Aschenbach besluit Venetië te verlaten. De hotelmanager vindt het erg jammer dat hij zo snel weggaat. Tadzio loopt Aschenbach voorbij. Aschenbach gaat naar het treinstation, maar zijn bagage is op de verkeerde trein gezet, dus gaat hij terug naar het hotel. Hij is geërgerd, maar ook blij omdat hij Tadzio weer kan zien.
Aschenbach zit in zijn stoel op het strand en kijkt hoe Tadzio en zijn vrienden spelen. Het doet hem denken aan de Griekse goden. De jongens doen verschillende sporten op het strand: hardlopen, verspringen, discuswerpen, speerwerpen en worstelen. Tadzio wint met gemak. Aschenbach wil hem feliciteren, maar als het zover is, kan hij niet spreken.
Akte II
Aschenbach beseft dat hij van de jongen houdt. Hij gaat naar de kapper voor een scheerbeurt. De kapper vertelt hem dat veel mensen in Venetië ziek worden. Aschenbach wil weten of het iets ernstigs is, maar de kapper zegt dat het niets is om zich zorgen over te maken.
Aschenbach wordt op het water geroeid. Hij ruikt ontsmettingsmiddel. Op straat hangen borden die de mensen waarschuwen voorzichtig te zijn met de ziekte. In een Duitse krant leest hij dat de ziekte in Venetië cholera is. Er staat dat alle Duitsers de stad moeten verlaten en naar huis terugkeren. Aschenbach wil niet dat de Poolse familie Venetië verlaat. Hij wil niet dat ze van de cholera weten. Hij volgt hen naar een café en naar de kerk, maar hij vindt nog steeds de moed niet om met hen te spreken. Na het diner kijken de gasten naar een groep acteurs. Aschenbach merkt dat Tadzio, net als hijzelf, niet om hun grappen kan lachen.
Veel van de hotelgasten vertrekken. Een Engelse bediende vertelt hem dat veel mensen in de stad Aziatische cholera hebben. Hij zegt hem dat hij onmiddellijk moet vertrekken voordat ze iedereen tegenhouden de stad te verlaten.
Aschenbach besluit Tadzio's moeder te waarschuwen voor het gevaar van de ziekte, maar hij kan het gewoon niet. Hij heeft een droom over de Griekse goden. Als hij wakker wordt, realiseert hij zich dat deze wilde gedachten over Tadzio hem in hun greep hebben. Hij kan er niets aan doen.
Opnieuw kijkt Aschenbach toe hoe Tadzio en zijn vrienden een spel spelen op het strand; zij vertrekken spoedig. Aschenbach gaat naar de kapper. Hij vraagt hem te proberen hem mooi en jong te maken. Als hij op een gondel gaat, realiseert hij zich dat hij net zo is als de oude man die hij op de boot zag. Hij volgt de Poolse familie. Tadzio begint apart van zijn familie te lopen. Hij wacht op Aschenbach en kijkt hem recht aan, maar Aschenbach wendt zich af. Hij is blij dat Tadzio niet aan zijn moeder laat merken wat er gebeurd is. Aschenbach is weer alleen, en koopt wat aardbeien. Ze zijn niet vers. Hij denkt weer aan de Griekse goden, en aan de relatie tussen een schrijver en datgene waarover hij schrijft.
De hotelmanager organiseert het vertrek van de laatste gasten. De Poolse familie vertrekt. Aschenbach kijkt toe hoe Tadzio en een andere jongen op het strand spelen. Het spel wordt ruw, en de andere jongen duwt Tadzio's gezicht in het zand. Aschenbach probeert op te staan om hem te helpen, maar hij is te zwak om uit zijn stoel te komen. Tadzio blijft alleen achter op het strand. Hij geeft Aschenbach een teken om hem te volgen, maar Aschenbach zakt achterover in zijn stoel en sterft. Tadzio loopt verder, ver de zee in.