Het eerste concilie van Nicea werd gehouden in Nicea, in Bithynië, in 325. Nicea is de stad Iznik in Turkije. De Romeinse keizer Constantijn I riep de bisschoppen van het Romeinse Rijk bijeen voor de eerste oecumenische conferentie van de vroegchristelijke Kerk. Het belangrijkste resultaat was de eerste uniforme christelijke leer, de geloofsbelijdenis van Nicea. Dit concilie vond plaats in de lente van 325 (meestal gedateerd rond mei–juni) en wordt gezien als het begin van regelmatige bijeenkomsten waarin kerkelijke leer en orde op imperiale schaal werden vastgesteld.
Achtergrond en aanleiding
De directe aanleiding voor het concilie was een felle theologische discussie over de persoon van Christus. De presbyter Arius uit Alexandrië had beweerd dat de Zoon een geschapen wezen was en niet één in wezen met de Vader. Dit leidde tot verdeeldheid binnen de Kerk, met als tegenstanders onder meer de bisschop van Alexandrië. Keizer Constantijn zag religieuze verdeeldheid als een bedreiging voor de eenheid van het rijk en nodigde de bisschoppen uit om tot een gemeenschappelijke uitspraak te komen. Ongeveer 300–318 bisschoppen uit alle delen van het rijk woonden het concilie bij, vooral uit de oostelijke provincies.
Belangrijkste besluiten
- Afwijzing van het arianisme: De leer van Arius werd verworpen en Arius en zijn belangrijkste aanhangers werden verbannen of excommuniceerd.
- De geloofsbelijdenis van Nicea: Het concilie formuleerde een korte, duidelijke geloofsbelijdenis die de goddelijkheid van de Zoon benadrukte. Centraal staat de term homoousios — “van dezelfde wezenlijkheid” als de Vader — waarmee werd gesteld dat de Zoon niet geschapen is maar één in wezen met de Vader. De oorspronkelijke tekst bevatte onder meer zinnen als “God uit God, Licht uit Licht, waarachtige God uit waarachtige God, geboren, niet gemaakt, van hetzelfde wezen als de Vader”.
- Eenduidige datum voor Pasen: Het concilie nam beslissingen om het feest van Pasen voortaan uniform te vieren, los van de Joodse kalender, zodat alle Christenen in het rijk Pasen op dezelfde datum zouden vieren.
- Kerkelijke regels (canons): Er werden ongeveer 20 canons opgesteld over kerkelijke orde en discipline — bijvoorbeeld over bisschopskeuze, clerus en bedieningen — die in latere kerkelijke praktijk invloedrijk waren.
Gevolgen en betekenis
Het concilie van Nicea heeft grote invloed gehad op de verdere ontwikkeling van het christendom:
- De niceno‑credo vormde een standaard voor orthodoxe leer en diende later als basis voor de uitgebreidere Niceens‑Constantinopolitische geloofsbelijdenis (381).
- Het concilie zette een precedent voor keizerlijke betrokkenheid bij kerkelijke aangelegenheden en voor toekomstige oecumenische concilies als beslissingsorganen voor geloof en kanoniek recht.
- Ondanks de veroordeling van Arius bleef de Arianistische leer nog eeuwenlang invloedrijk, vooral onder verschillende Germaanse volken en in politieke conflicten binnen het rijk.
- De beslissingen van Nicea hielpen interne eenheid te bevorderen, maar markeerden tegelijk het begin van langdurige theologische en politieke strijd over de precieze formulering van christelijke leer.
Samengevat legde het concilie van Nicea van 325 belangrijke fundamenten voor de christelijke doctrine en voor de organisatie van de Kerk, met gevolgen die tot ver in de middeleeuwen voelbaar waren.

