Constantijn I (27 februari 272 - 22 mei 337 na Christus) was een belangrijke Romeins keizer die van 306 tot zijn dood regeerde. Hij was langer keizer dan enige andere keizer sinds Augustus, de eerste keizer. Constantijn wordt vaak genoemd als de eerste heerser van het Romeinse Rijk die openlijk steun gaf aan het christendom. Hij maakte van de oude stad Byzantium een nieuwe, grotere hoofdstad: Constantinopel (nu Istanbul, Turkije). De naam van de stad betekent "Stad van Constantijn" in het Grieks. Hij was de zoon van keizer Constantius I, en leden van zijn familie, de Constantijnse dynastie, speelden een dominante rol in het rijk gedurende de eerste decennia na zijn dood.

Vroege leven en opkomst

Constantijn werd geboren in het keizerrijk en klom op binnen het militaire en bestuurlijke apparaat van het rijk. Na de dood van zijn vader werd hij in 306 door zijn troepen tot keizer uitgeroepen. De eerste jaren van zijn regering werden gekenmerkt door interne rivaliteiten en oorlogen met verschillende medekeizers en usurpatoren. In 324 versloeg hij uiteindelijk zijn belangrijkste rivaal Licinius en werd daarmee alleenheerser over het gehele rijk.

De slag bij de Milviaanse brug en zijn bekering

Zes jaar nadat Constantijn zei dat hij keizer was, vocht hij met Maxentius om de macht over Rome bij de slag om de Milviaanse brug, een brug over de Tiber. Volgens de overlevering zag hij voorafgaand aan de slag een teken aan de hemel: een kruis met de woorden in hoc signo vinceslit. "in dit teken zul je overwinnen" — waarna hij het christelijke teken liet voeren en de slag (op 28 oktober 312) won. Deze gebeurtenis markeert het begin van zijn persoonlijke en politieke betrokkenheid bij het christendom. De precieze aard en timing van zijn bekering blijven onderwerp van historisch debat; vaststaat dat hij tijdens zijn leven steeds meer christelijke instellingen steunde en dat hij kort voor zijn dood werd gedoopt.

Beleid en hervormingen

Als keizer voerde Constantijn ingrijpende hervormingen door op verschillende terreinen:

  • Religie: In 313 vaardigde hij samen met Licinius het Edict van Milaan uit (tolerantie voor christenen), en hij gaf privileges aan de kerk, ondersteunde bouw van kerken (zoals de Heilig Grafkerk in Jeruzalem) en bemoeide zich met theologische aangelegenheden, onder meer door het samenroepen van het Concilie van Nicaea in 325.
  • Bestuur en leger: Hij reorganiseerde de provinciale administratie, versterkte grensverdediging en verhief de autoriteit van de keizerlijke bureaucratie.
  • Monetaire hervormingen: hij voerde de gouden solidus in, een stabiele munt die lange tijd het handelsverkeer ondersteunde.

Stichting van Constantinopel en bouwprojecten

Constantijn maakte van Byzantium een nieuwe keizerlijke hoofdstad en wijdde de stad officieel in 330 als Constantinopel. De stad werd uitgebreid met paleizen, muren en kerken en werd later het centrum van het oostelijke rijk (de Byzantijnse of Oost-Romeinse wereld). Naast de hoofdstad initieerde hij grootschalige bouwprojecten in Rome, Jeruzalem en elders.

Nalatenschap

Constantijns maatregelen veranderden de verhouding tussen staat en kerk blijvend. Hij wordt herinnerd als de keizer die het christendom uit de marge tilde en als grondlegger van een nieuwe politieke en culturele richting voor het oostelijke deel van het rijk. Hij stierf op 22 mei 337 en werd in Constantinopel bijgezet. Zijn politieke en religieuze keuzes beïnvloedden Europa en het Middellandse Zeegebied eeuwenlang.

Belangrijke data in het kort:

  • Geboorte: 27 februari 272
  • Proclamatie als keizer: 306
  • Slag bij de Milviaanse brug: 312
  • Edict van Milaan (tolerantie voor christenen): 313
  • Concilie van Nicaea: 325
  • Inwijding van Constantinopel: 330
  • Overlijden: 22 mei 337