De Maryland Campagne (4 september 1862 - 20 september 1862), ook wel de Antietam Campagne genoemd, was een serie van vier veldslagen in West Virginia en Maryland op initiatief van de Geconfedereerde Generaal Robert E. Lee. Het werd beschouwd als een van de belangrijkste keerpunten in de Burgeroorlog voor de Unie. Het doel was om Lee's leger de noordelijke staten Maryland en Pennsylvania te laten binnenvallen. Op die manier kon hij de steden Washington, D.C. en Baltimore bedreigen. Door een reeks beslissende overwinningen dacht Lee dat het Zuiden erkenning kon krijgen van Engeland en Frankrijk en hen zover kon krijgen dat ze de Zuidelijke zaak zouden steunen. De hoop was dat als Lee zou overwinnen, Abraham Lincoln misschien vrede zou vragen.

Achtergrond en doelstellingen

Na de succesvolle campagne rond Second Bull Run in augustus 1862 koos Lee ervoor om het offensief naar het noorden te dragen. Zijn doel was veelledig: verzwakken van de Unie door gevechten op Noordelijk grondgebied, vergroten van de druk op de noordelijke politiek en economie, het bedreigen van belangrijke steden en spoorlijnen, en het creëren van omstandigheden waardoor buitenlandse mogendheden diplomatieke erkenning of interventie zouden overwegen. Een succesvolle invasie kon ook de publieke opinie in het Noorden onder druk zetten en mogelijk de herverkiezingskansen van Lincoln schaden.

Belangrijkste gebeurtenissen van de campagne

De campagne omvatte meerdere acties en veldslagen binnen een korte periode. De belangrijkste momenten waren:

  • Begin van de opmars (begin september 1862): Lee marcheerde zijn leger noordwaarts terwijl hij detacheringen achterliet om strategische punten te bemannen.
  • De ontdekking van Special Order 191: Een verloren gegane orderschrijfte (bijgenaamd de 'Lost Order') liet McClellan kort inzicht krijgen in Lee's plannen, waardoor de Unie de kans kreeg een tegenaanval te plannen.
  • Val van Harpers Ferry (12–15 september 1862): Confederale troepen konden Harpers Ferry innemen, waardoor Lee een bedreiging van zijn linkerflank tijdelijk uitschakelde en voorraden verzekerde.
  • Slag bij South Mountain (14 september 1862): Kleine maar belangrijke strijd waarbij Unie-eenheden poorten doorbraken die toegang tot de Shenandoah-vallei en verdere bewegingen van Lee beïnvloedden.
  • Slag bij Antietam (Sharpsburg) (17 september 1862): Het beslissende en bloedigste eendaagse gevecht van de oorlog, waar beide partijen zware verliezen leden.
  • Schermutselingen bij Shepherdstown (19–20 september 1862): Na Antietam stootte de Unie aanhoudend tegen de terugtocht van Lee, wat de campagne beëindigde en Lee dwong terug te trekken naar Virginia.

De Slag bij Antietam en verliezen

De slag bij Antietam op 17 september 1862 staat bekend als de bloedigste eendaagse veldslag in de Amerikaanse geschiedenis. De gevechten vonden plaats langs een smalle frontlijn bij Sharpsburg en de Antietam Creek, met zware confrontaties in plaatsen als de Dunker Church, de Sunken Road (later 'Bloody Lane' genoemd) en Burnside's brug. Beide legers leden enorme verliezen; in totaal vielen er ongeveer 22.000–23.000 doden, gewonden en vermisten. Hoewel de tactische uitkomst vaak als een gelijkspel wordt aangeduid, dwong het strategische resultaat Lee tot terugtocht over de Potomac, waardoor de Unie de controle over het slagveld behield.

Gevolgen en betekenis

De strategische gevolgen van de Maryland Campagne waren groter dan de onmiddellijke militaire uitkomst. Door Lee op Noordelijk grondgebied te confronteren en hem te dwingen terug te trekken, kreeg president Lincoln het politieke momentum dat hij nodig had. Op 22 september 1862 kondigde Lincoln de voorlopige Emancipatieproclamatie af, die twee maanden later in werking trad. De proclamatie veranderde de doelstelling van de oorlog — van louter behoud van de Unie naar het beëindigen van de slavernij als oorlogstactiek — en maakte het voor Europese mogendheden politiek moeilijker om de Confederatie te erkennen of te steunen.

Militair leidde de campagne ook tot kritiek op de leiderschapsprestaties van de Uniecommandant George B. McClellan; hij werd ervan beschuldigd te voorzichtig te zijn en onvoldoende achter Lee aan te gaan nadat die zich terugtrok. McClellan's terughoudendheid droeg mede bij aan zijn latere afzetting.

Slotopmerkingen

De Maryland Campagne/Antietam Campagne (4–20 september 1862) wordt daarom gezien als een keerpunt: de Confederatie miste de kans op erkenning door buitenlandse machten, terwijl de Unie de politieke en morele basis kreeg om de oorlog expliciet te verbinden aan de afschaffing van de slavernij. Hoewel de veldslagen enorme menselijke kosten eisten, legden zij ook de basis voor de verdere koers van de oorlog in de daaropvolgende jaren.