Robert James "Bobby" Fischer (9 maart 1943 - 17 januari 2008) was een Amerikaans-IJslandse schaakgrootmeester en de elfde wereldkampioen schaken.
Als tiener werd Fischer wereldwijd bekend door zijn schaakkunst. Hij won het Amerikaanse kampioenschap van 1963/64 en won al zijn elf partijen.
Vroege leven en opkomst
Fischer werd geboren in Chicago en groeide op in Brooklyn, New York. Al op jonge leeftijd bleek zijn talent: hij won verschillende jeugdkampioenschappen en maakte snel naam in de nationale en internationale schaakwereld. In 1958 bereikte hij de titel van grootmeester en was daarmee een van de jongste grootmeesters ooit.
Belangrijke mijlpalen in zijn jeugd en vroege carrière:
- Vroegtijdige successen in Amerikaanse jeugdtoernooien.
- Doorbraak op internationale toernooien en snelle stijging op de wereldranglijst.
- Bekendheid door een efficiënte en agressieve speelstijl met gedegen eindspelvaardigheden.
Weg naar het wereldkampioenschap
In de jaren zestig en vroege jaren zeventig behaalde Fischer overtuigende resultaten in de kandidatenmatches die leidden naar het wereldkampioenschap. In 1971 versloeg hij achtereenvolgens Mark Taimanov en Bent Larsen met een overtuigende 6–0 in beide matches, waarna hij Tigran Petrosian uitschakelde in de finale van het kandidatentoernooi.
Het hoogtepunt kwam in 1972 toen Fischer het wereldkampioenschap won van Boris Spassky in Reykjavik, IJsland. Deze match kreeg buitenproportionele aandacht door de Koude Oorlog-context en maakte Fischer tot een internationale beroemdheid.
Schaakstijl, bijdragen en publicaties
Fischer stond bekend om zijn grondige openingvoorbereiding, nauwkeurige eindspel en vastberadenheid aan het bord. Hij speelde vaak met 1.e4 en bracht veel varianten in de openingstheorie verder. Zijn partijverzameling en analyses hebben schaakstudie en -literatuur lange tijd beïnvloed.
Enkele concrete bijdragen en nalatenschappen:
- My 60 Memorable Games (1969) — zijn bekendste boek, met diepgaande analyses van beroemde partijen.
- Het idee van tijdsturing met increments (de zogenaamde "Fischer"-tijdscontrole) werd later in veel toernooien toegepast.
- In 1996 introduceerde hij Fischer Random Chess (ook bekend als Chess960), een variant die willekeurige begintposities gebruikt om openingsvoorbereiding tegen te gaan.
Controverse, juridische problemen en ballingschap
Fischer was een omstreden figuur; zijn latere jaren werden gekenmerkt door paranoia, publieke uitspraken die veel kritiek oogstten en onconventioneel gedrag. In 1992 speelde hij een niet-officiële re-match tegen Spassky in Joegoslavië, in strijd met internationale sancties. Dat leidde tot een aanklacht door de Amerikaanse autoriteiten wegens schending van die sancties.
Als gevolg daarvan leefde Fischer lange tijd in de ballingschap. In 2005 kreeg hij IJslandse nationaliteit en woonde hij de laatste jaren van zijn leven in Reykjavik.
Verlies van de titel en latere levensjaren
Na zijn wereldtitel in 1972 weigerde Fischer in 1975 zijn titel te verdedigen tegen Anatoli Karpov omdat FIDE niet aan zijn matchvoorwaarden wilde voldoen. De titel ging daardoor naar Karpov zonder dat het tweekamp plaatsvond.
Fischer trad sporadisch terug in de schijnwerpers en bleef zowel bewonderd om zijn schaakprestaties als bekritiseerd vanwege zijn gedrag en uitspraken.
Nalatenschap en overlijden
Bobby Fischer wordt herinnerd als een van de grootste individuele talenten in de schaakgeschiedenis. Zijn overwinning in 1972 leidde tot een grote toename van belangstelling voor schaken in de Verenigde Staten en daarbuiten. Zijn boek en partijen blijven lesmateriaal voor spelers en liefhebbers.
Fischer overleed op 17 januari 2008 in Reykjavik aan hart- en nierfalen. Ondanks de controverse rond zijn persoon blijft zijn invloed op het schaakspel en de schaakcultuur groot.