De evolutie van het kleurenzicht zorgt ervoor dat licht wordt waargenomen volgens zijn golflengte. Dit heeft duidelijke voordelen, met name helpt het dieren voedsel te vinden.
Het kleurenzicht van veel planteneters stelt hen in staat vruchten of (onrijpe) bladeren te zien die goed zijn om te eten. Bij kolibries worden bepaalde bloemen vaak aan de kleur herkend. Roofdieren gebruiken ook het kleurenzicht om hun prooi te vinden.
Dit alles geldt vooral voor dieren overdag. Nachtelijke zoogdieren daarentegen hebben een veel minder ontwikkeld kleurenzicht. Bij hen wordt de ruimte op het netvlies beter benut met meer staafjes, omdat staafjes het licht beter opvangen. Kleurverschillen zijn in het donker veel minder zichtbaar.