De oude Egyptenaren gebruikten plaatjes om een fonetisch alfabet te maken zoals in een rebus, zodat elke klank kon worden geschreven met een beeld-woord, een fonogram of pictogram. Bijvoorbeeld, een zig-zag voor water
werd de letter "n", omdat het Egyptische woord voor water begon met n. Ditzelfde beeld werd onze letter "M" in het Latijnse alfabet, omdat het Semitische woord voor water begon met m, en Semitische arbeiders veranderden de symbolen om aan te sluiten bij klanken in hun eigen taal. Op dezelfde manier is onze Latijnse letter 'N' ontstaan uit het hiëroglief voor slang
omdat het woord voor "slang" in het Semitisch met een n begon. In het Egyptisch stond dit beeld voor een klank als de Engelse "J" vanwege hun woord voor slang. Sommige beelden kwamen om ideeën te vertegenwoordigen, en deze staan bekend als ideogrammen.
De Egyptenaren gebruikten tussen de 700 en 800 afbeeldingen, of glyphs. Ze werden van rechts naar links en van boven naar beneden geschreven. Zij gebruikten geen interpunctie.
Geschiedenis
Archeologen denken dat de Egyptenaren hiërogliefen begonnen te gebruiken rond 3300 of 3200 v. Chr. Ze waren meer dan 3500 jaar in gebruik. Alleen edelen, priesters en regeringsambtenaren schreven in hiërogliefen. Ze waren moeilijk te leren en het duurde lang om ze te schrijven. Men stopte met hiërogliefen toen het christendom in Egypte voet aan de grond kreeg. Het schrijven in hiërogliefen werd zeldzamer: de laatst bekende inscriptie dateert van 394 n.C.
Hiërogliefen, zoals Japanse of Chinese karakters, zijn begonnen als ideografische karakters, of een schrift dat uit beelden bestaat. Het oude schrift heeft geen klinkers, en alle klanken in het schrift zijn medeklinkers.
De code breken
Na het einde van de Egyptische beschaving in 30 v. Chr. wist men niet meer hoe men de hiërogliefen moest lezen. Toen de Fransen Egypte in 1798 overnamen, vonden Franse soldaten een grote steen. Deze wordt nu de Steen van Rosetta genoemd. De Steen van Rosetta had een schrift in drie verschillende talen: hiërogliefen, Oudgrieks en demotisch (een vereenvoudigde vorm van hiërogliefen). Jean François Champollion veronderstelde dat het schrift op de steen hetzelfde was in drie verschillende talen. Aan de hand van het Oudgrieks kon hij de naam van de heerser, Ptolemaeus V, in hiërogliefen achterhalen. Na vele jaren van studie, was hij in staat om de andere woorden te lezen.